De strijd gaat verder

april 2004

A B

Op 20 juli 2004 ontvingen we van het kabinet van minister Rudy Demotte, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, tot onze grote voldoening de volgende mededeling:

Rudy Demotte, belast met het Dierenwelzijn, heeft zijn handtekening geplaatst onder een ontwerp van koninklijk besluit, dat de nieuwe instroom van jonge en wilde dieren voor africhting en voor optredens in circussen of reizende tentoonstellingen verbiedt. Er wordt een inventaris opgesteld van de dieren die thans in België gehouden worden en al gedresseerd of afgericht werden. Enkel deze dieren zullen nog mogen opgevoerd worden in vertoningen. Deze beslissing steunt op de volgende overwegingen:

1. Voor het eerst vermeldt het Regeerakkoord de bekommernis voor de bescherming van het dierenwelzijn: "Bewust van de kwetsbare situatie waarin sommige dieren zich bevinden, zal de regering hun bescherming verbeteren via een dierenwelzijnsbeleid." Tegenwoordig zijn er voor de dierentuinen slechts minimale normen voor het houden van wilde en/of niet-huisdieren. Geen enkel circus beantwoordt aan deze normen (te kleine kooien, geen inrichtingen, de tijgers en de olifanten kunnen er niet baden, veelvuldig transport, enz.) Daarenboven kunnen de wilde dieren maar opgevoerd worden ten koste van een groot aantal dressuurbeurten, die nadelig zijn voor de lichamelijke en psychische gezondheid en voor het natuurlijk instinct van de dieren. Deze dressuurbeurten zijn er enkel op gericht het dier zodanig te manipuleren dat het uiteindelijk de opgelegde bevelen machinaal en automatisch uitvoert. Dergelijke vertoningen geven aan het publiek en in het bijzonder aan de jeugd een verkeerd beeld van het dier.

2. Meer in het algemeen stelt men een mentaliteitsevolutie vast: mensen staan meer open voor het welzijn van een dier. Zo komt het dat 70 gemeenten de aanwezigheid van circussen met wilde dieren op hun grondgebied hebben verboden. Slechts heel weinig Belgische circussen houden nog wilde dieren; de meeste circussen hebben geen nummers meer waar wilde dieren bij betrokken zijn. De Circussschool leert geen nummers meer aan, waarin wilde dieren worden opgevoerd. Wat Europa betreft, Finland, Noorwegen, Oostenrijk en Denemarken hebben al geheel of gedeeltelijk het inzetten van wilde dieren in de circussen verboden. Men stelt in deze landen geen vermindering van het aantal circussen vast.

Opdat de circussen zich zouden kunnen aanpassen en meer bepaald om elke vorm van euthanasie van de dieren te voorkomen, voorziet het koninklijk besluit in een overgangsperiode en een telling of inventarisering.

Tot slot heeft Rudy Demotte tevens aan de Voorzitter van de Raad van het Dierenwelzijn gevraagd naar een conclusie van de werkgroep die aan nieuwe normen voor de huisdieren in de circussen werkt. Er zal overleg met de vertegenwoordigers van de circussen voorzien worden, zodat de werkzaamheden van de werkgroep met alle belanghebbende partijen en in een correct taalevenwicht kunnen verdergezet worden.

Op 22 juli reageerde GAIA, de drijvende kracht in de strijd tegen het inzetten van wilde dieren in circussen, in een persmededeling als volgt:

Dit is een grote stap voorwaarts voor het dierenwelzijn. Toch is er nog werk aan de winkel voor de minister. GAIA vraagt aan minister Demotte zeer snel een einddatum te bepalen waarop de overgangsmaatregel voor Belgische circussen die eigen en reeds gedresseerde wilde dieren in bezit hebben, afloopt zoals de wet voorziet. Minister Demotte moet ook zeer snel gevaarlijke dieren als reptielen in circussen en rondreizende tentoonstellingen aan banden leggen. GAIA had liever gezien dat er een algeheel verbod op wilde dieren in circussen onmiddellijke ingang zou vinden maar toont zich toch redelijk tevreden met dit KB dat het wilde-dierenwelzijn ten goede komt.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST
VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN
EN LEEFMILIEU


Koninklijk besluit houdende een verbod op het houden van sommige diersoorten in circussen en rondreizende tentoonstellingen

Gelet op de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, gewijzigd bij de wetten van 26 maart 1993, 4 mei 1995 en door het koninklijk besluit van 22 februari 2001, inzonderheid artikel 3 bis § 3, 4, §§ 1 tot 3, 6, § 2 en 44;
Gelet op het koninklijk besluit van 7 december 2001 houdende de lijst van dieren die nog gehouden mogen worden, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2002;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 23 maart 2004;
Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting gegeven op 15 april 2004;
Gelet op het advies nr. 37.075/3 van de Raad van State gegeven op 18 mei 2004 in toepassing van artikel 84, §1, 1ste alinea, 1° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Overwegende dat de omstandigheden waarin sommige dieren momenteel gehouden worden in de circussen en rondreizende tentoonstellingen niet in overeenstemming zijn met artikel 4 §§ 1 en 3 van de wet;
Overwegende dat dringend maatregelen genomen moeten worden om welzijnsproblemen voor deze dieren, voortvloeiend uit een onaangepaste huisvesting te beperken;
Overwegende dat dringend maatregelen moeten genomen worden om de welzijnsproblemen verbonden aan het transport van deze dieren te beperken;

Op voorstel van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;

Hebben Wij besloten en besluiten Wij:

Artikel 1. Het is verboden in circussen en in rondreizende tentoonstellingen zoogdieren te houden die niet voorkomen in bijlage I van het koninklijk besluit van 7 december 2001.

Artikel 2. De kunsten die de dieren uitvoeren tot vermaak van het publiek en het africhten van de dieren hiervoor, mogen geen aanleiding geven tot gedrag of handelingen die tegen hun natuur ingaan en geen dwingend karakter hebben. Dit gebruik mag niet leiden tot pijn, lijden of letsel.

Artikel 3. In afwijking van artikel 1, mogen uitsluitend permanent in België gehouden dieren, andere dan zij die voorkomen in bijlage I van het koninklijk besluit van 7 december 2001, die op de datum van inwerkingtreding van dit besluit reeds gedresseerd werden met het oog op hun gebruik in een circus of een rondreizende tentoonstelling en reeds in hun bezit zijn, nog gehouden worden.

De circussen en rondreizende tentoonstellingen die van deze uitzonderingsmaatregel wensen gebruik te maken, dienen binnen de 20 dagen na de inwerkingtreding van dit besluit een exhaustieve lijst van de zoogdieren bedoeld in voorgaande alinea over te maken aan de "Dienst Dierenwelzijn" van de Federale Overheidsdienst "Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu."

De dienst zal voor elk dier een identificatiefiche opstellen.

De Minister bevoegd voor dierenwelzijn regelt de modaliteiten voor de identificatie van deze dieren.

De circussen dienen zich te beperken tot 3 verschillende standplaatsen per jaar indien zij dieren houden zoals omschreven in dit artikel. Onverminderd de bevoegdheid van de lokale overheden, wordt elke standplaats voorafgaandelijk onderworpen aan een machtiging van de minister bevoegd voor dierenwelzijn.

Artikel 4. De Minister bevoegd voor dierenwelzijn legt normen vast voor het houden en vervoeren van de dieren omschreven in artikel 3.

Artikel 5. De verbodsbepaling voorzien in artikel 1 geldt voor alle circussen en rondreizende tentoonstellingen die zich, zelfs occasioneel, op Belgisch grondgebied bevinden.

Artikel 6. Dit besluit treedt in werking op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

De afwijking voorzien in artikel 3 vervalt op de datum die door de Minister bevoegd voor dierenwelzijn wordt vastgelegd, na overleg met de betrokken circussen en/of de rondreizende tentoonstellingen.

Artikel 7. Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

'Dit is toch een resultaat dat mag gezien worden, anderhalf jaar na de start van onze campagne', zegt voorzitter Michel Vandenbosch. Hoewel de minister nog een aantal bepalingen concreter moet invullen, is dit verbod iets waar dierenbeschermers 90 jaar op gewacht hebben. Met het verbod volgt België het voorbeeld van landen als Finland en Oostenrijk die eerder al wilde dieren wettelijk niet meer toelieten in circussen. GAIA hoopt nu dat minister Demotte ook snel normen bepaalt voor het houden van gedomesticeerde dieren zoals paarden, honden, geiten, schapen en konijnen in circussen.

Circussen zijn totaal ongeschikt om wilde dieren als tijgers, leeuwen, panters, beren, olifanten, apen, enz. in gevangenschap te houden. Circussen kunnen wilde dieren onmogelijk een goede en aanvaardbare levenskwaliteit geven. Daarvan getuigt het abnormale gedrag en andere, voor het grote publiek veelal verborgen vormen van lijden (gewelddadige dressuur, dumpen van onhandelbare dieren...) Circussen kunnen trouwens onmogelijk beantwoorden aan de minimumnormen voor het houden van wilde dieren in dierentuinen, die sowieso slechts de ernstige mistoestanden moeten verhinderen. Ook dat geeft aan hoe slecht de situatie wel is voor een wild dier dat in het circus achter tralies opgesloten wordt.
Bovendien is de wijze waarop wilde dieren in circussen opgevoerd worden educatief en wetenschappelijk waardeloos. Het is belangrijk dat de bijna 80 steden en gemeenten die, op vraag van GAIA, circussen met wilde dieren weigeren op hun grondgebied, hun beslissing nu bevestigd zien door deze wettelijke maatregel van de minister voor dierenwelzijn. In ieder geval zijn buitenlandse circussen en circussen die nummers met wilde dieren inhuren wel reeds onderhevig aan het verbod. En dat is een heel goede zaak. Ook mogen de nog toegelaten dieren geen kunsten uitvoeren die tegen hun natuurlijk gedrag ingaan. Ook dat is een belangrijke bepaling voor het dierenwelzijn.

Ook professor Erik Van der Straeten vindt dat het dringend tijd wordt dat wilde dieren alleen te bewonderen zijn waar ze thuis horen: in de vrije natuur. We knipten enkele passages uit een interview dat recent verscheen in de pers:

Circussen specialiseren zich het liefst in sensationele dieren zoals tijgers, leeuwen en olifanten. Maar dat zijn allemaal dieren met een complexe levenswijze en die zijn absoluut niet geschikt om in gevangenschap te houden. Apen zijn bijvoorbeeld zo intelligent, zo sterk ontwikkeld dat het misdadig is ze in een kooi te steken. Wat gevangenschap precies met die dieren doet, is niet duidelijk, want pas nu begint men het onderwerp te bestuderen. Het enige wat we nu weten, is wat we zien: het stereotiepe gedrag dat wilde dieren ontwikkelen, wat betekent dat ze dag in dag uit dezelfde beweging uitvoeren. Denk maar aan de ijsberen in de zoo van Antwerpen, die allemaal hetzelfde doen: drie stapjes naar voor, drie stapjes naar achter. Of die constant dezelfde zwembeweging herhalen. Ook bij apen valt dat heel erg op. Als ze publiek hebben, willen ze zich laten opmerken en gaan ze abnormaal reageren. Ze beginnen bijvoorbeeld te masturberen, iets wat een aap zonder publiek nooit zal doen.

Verveling

Dat bizarre gedrag is een teken aan de wand dat er iets fout is. Dat kan ook niet anders. Stel je maar even voor wat ze meegemaakt hebben: ze werden gevangen, op transport gezet, ze komen in een nieuwe omgeving terecht, worden met publiek geconfronteerd, krijgen een piepkleine kooi en vervelen zich. Want circussen denken dat het probleem is opgelost als ze hun beesten een grote ruimte geven, maar dat is het minste. De dieren moeten ook geëntertaind worden. Ze hebben rustplaatsen nodig, je moet ze middelen geven waardoor ze zelf naar hun eten kunnen zoeken, hun intelligentievermogen moet gestimuleerd worden. Een grote, kale kooi is het slechtste wat je hen kan geven. In zoo's weten ze dat al en gaat men die dieren verstrooiing bezorgen. In circussen denkt men daar niet aan. Het enige moment dat die dieren daar iets te doen hebben, is wanneer ze getraind worden of wanneer ze moeten optreden. Het is totaal onnatuurlijk dat ze die trucjes moeten aanleren, maar gelukkig hebben ze dat tenminste nog.

Geen band

Wat de mens doet, is dieren gebruiken, maar daar zijn ze niet voor gemaakt. Alleen ziet niet iedereen dat. Het gewone publiek kan zich wel inleven in de situatie van paarden, honden of katten, want die dieren kennen ze. Maar bij wilde dieren is de empathie volkomen zoek en dus aanvaarden we hun barre levensomstandigheden zonder veel problemen. Die roofdieren worden ook heel jong bijgehouden, waardoor ze na een tijd een vertrouwensrelatie met hun trainer hebben. Daardoor heeft het publiek het idee dat het brave, lieve dieren zijn, maar dat is een complete misvatting. Het blijven in alle omstandigheden wilde dieren en die horen niet thuis in een kooi.

Natuurlijke aard

Of er dan totaal geen dieren meer in circussen mogen gebruikt worden? Als het over wilde dieren gaat, zeg ik resoluut nee. Maar voor paarden of geiten zie ik nog wel een mooie rol weggelegd. Dat zijn gedomesticeerde dieren, die sowieso afhankelijk zijn van de mens. Een paard dat in de piste springt met een acrobaat op zijn rug, doet ook niks wat tegen zijn natuurlijke aard ingaat. Een olifant die op zijn achterste poten moet staan daarentegen... Het totaal verbieden van alle dieren in circussen is misschien iets te drastisch, maar de manier waarop de beesten nu behandeld worden, is zo ondermaats dat het zo niet verder kan. Want naast de huisvesting zijn er ook nog andere vragen die je je kan stellen: hoe zit het bijvoorbeeld met de geneeskundige verzorging? En met de voeding? In dierentuinen hebben ze voedingsdeskundigen die voor een uitgebalanceerd dieet zorgen, maar daar is in circussen geen sprake van.

Euthanasie

Wilde dieren die achter tralies geboren zijn, zijn totaal ongeschikt om terug te brengen naar de natuur. Roofdieren leren hun natuurlijke gedrag, zoals jagen, in hun eerste twee levensjaren van hun moeder. Als ze die vaardigheden niet hebben meegekregen, kunnen ze onmogelijk overleven. De grote vraag is dan natuurlijk wat men met zulke dieren moet doen. Veel meer opties dan ze in een opvangcentrum steken tot ze dood gaan, zijn er niet. Dierenrechtenorganisaties zijn sterk gekant tegen het euthanaseren van die beesten, maar ik heb daar mijn bedenkingen bij. De levenskwaliteit van zulke dieren is nul, dus waarom zou je ze nog in leven laten?

Op 3 augustus 2004
hebben we met verbazing kennis genomen van de schorsing van het KB dat wilde zoogdieren verbiedt in circussen.

Maar als dierenbeschermers geven we de strijd zeker niet op. De dierenrechtenorganisatie GAIA krijgt daarbij de steun van andere representatieve verenigingen als Animaux en Péril, Veeweyde, de Vogelbescherming, de Nationale Raad voor Dierenbescherming (die meer dan dertig dierenbeschermingsverenigingen overkoepelt), de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming, het Blauwe Kruis van België, Blid, Vrienden van de Olifant en de SPA Charleroi. De dierenbeschermers zijn verheugd dat de minister naar een andere oplossing zoekt om wilde dieren uit circussen te bannen. Daarbij mag hij zich verzekerd weten van hun steun. Er moet absoluut een einde komen aan de lijdensweg van al die wilde dieren, die in circussen in schabouwelijke omstandigheden gehouden worden. Circussen hebben lang genoeg bewezen hoe volstrekt onkundig ze zijn over de noden van wilde dieren. (Persmededeling GAIA)

Hoe is het mogelijk dat de Raad van State eerst een positief advies geeft aan de minister en nadien zijn KB schorst, vragen negen grote dierenbeschermingsverenigingen GAIA, Animaux en Péril, Veeweyde, de Vogelbescherming, de Nationale Raad voor Dierenbescherming, de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming, het Blauwe Kruis van België, Blid en de SPA Charleroi zich af. Zeer spijtig natuurlijk dat het KB van minister voor dierenwelzijn Demotte geschorst is naar de vorm en niet naar de inhoud. Het besluit van de minister betekende een grote stap voorwaarts voor het dierenwelzijn. GAIA, Animaux en Péril, Veeweyde, de Nationale Raad voor Dierenbescherming, de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming, het Blauwe Kruis van België, Blid en de SPA Charleroi vragen minister Demotte dat hij de wilde circusdieren hun toekomst waarop ze recht hebben en die hen door dit arrest nu is ontstolen, zo snel mogelijk terugschenkt. Zodat het wilde-circusdierenleed zo snel mogelijk ophoudt te bestaan. De dierenbeschermers zijn in ieder geval verheugd dat de minister een oplossing zoekt zodat de wilde dieren uit die ellendige circuskooien geraken. Ze zijn graag bereid daar hun bijdrage toe te leveren. De minister mag zich verzekerd weten van onze steun, zeggen de dierenbeschermers die tot de belangrijkste van het land mogen gerekend worden.

Ze vragen wel dringend een onderhoud met minister voor dierenwelzijn Rudy Demotte. Ze zijn ook de voortdurende onwaarheden die de circussen in de pers verspreiden over hoe goed olifanten, tijgers, leeuwen, enzovoort het wel zouden hebben in hun gammele circuskooien van enkele vierkante meter kotsbeu. Ze maken schaamteloos misbruik van de onwetendheid van de mensen. De waarheid is dat circussen met wilde dieren lamentabele gevangenissen zijn, waar de dieren opgesloten zitten in kooien die volstrekt niet voldoen aan de minimale normen die gelden voor dierentuinen en die slechts de grootste mistoestanden wegwerken. Dat kan zo niet blijven duren. Ook de belachelijke leugens die circus Bouglione en co. maar blijven verspreiden over GAIA die het KB zou geschreven hebben, komen hen zo stilaan het keelgat uit. (Persmededeling GAIA)

 

Wilde dieren horen niet thuis in een circus

Wiener Circus overtreedt stedelijk reglement in Leuven

oktober 2006

Onze inspectie-afgevaardigden Nicole Somers (Holsbeek) en Patrick Deschouwer (Hakendover), hebben eind oktober in naam van de VVDB klacht ingediend tegen het Wiener Circus op het provinciaal domein van Kessel-Lo. Leuven is één van de meer dan tachtig Vlaamse steden, waar er geen wilde dieren mogen optreden in circussen. Onze afgevaardigden moesten echter constateren dat de lokale politie dat plaatselijk reglement niet onmiddellijk kende. Er kwam dus heel wat overtuigingskracht aan te pas. Onze diereninspecteurs stelden vast dat er bij de voorstelling apen gebruikt werden en dat de pony's onvoldoende buitenruimte hadden. Volgens de wet moeten ze per dier over een binnenruimte van negen vierkante meter en een buitenruimte van veertig vierkante meter kunnen beschikken. De circusdirecteur gaf die inbreuk ook toe en wees hierbij op het feit dat de pony’s niet vrij mochten rondlopen op het domein. Dus waren ze genoodzaakt of in de trailer te blijven, of in die beperkte buitenruimte. Hoe dan ook, in strijd met de wetgeving. Nicole Somers maakte van de gelegenheid gebruik om aan te klagen dat er vorige winter op het provinciaal domein paarden met hun hoeven vastgevroren stonden in de modder.

Yvan Ottenbourgh, gedeputeerde voor de CD&V, noemde de klacht tijdens de zitting van de provincieraad onterecht. Zo verklaarde hij dat de klacht in verband met de vastgevroren paarden nergens op sloeg en dat apen, die in gevangenschap werden geboren, wel degelijk mochten meedoen aan circusnummers. Patrick Deschouwer bestempelde dit als misplaatste humor, aangezien apen steeds wilde dieren zijn en blijven. Hij noemde het betreurenswaardig dat een gedeputeerde niet op de hoogte is van de wetgeving en zomaar een onjuist bericht de wereld instuurt. Hij wees erop dat het circus, als het niet de intentie zou hebben de apen te laten optreden, de dieren zelfs niet eens ter plaatse mocht brengen. Later leek Ottenbourgh in de pers alvast wat gas terug te nemen. Hij herinnerde zich plots de vastgevroren paardjes, maar verklaarde dat het geen dieren betrof van het provinciaal domein, maar van een vereniging die daar rijlessen geeft...

In een schrijven met briefhoofd van de provincie Vlaams-Brabant en gericht aan Patrick Deschouwer toonde diezelfde gedeputeerde zich even later echter opnieuw de onvermoeibare pleitbezorger van het Wiener Circus. In zijn inleiding hekelde hij als “gedeputeerde met een hart voor mensen en dieren” de “bedrieglijke informatie” die “zogenoemde” diereninspecteurs en andere “wereldverbeteraars” (sic) de wereld instuurden. Zelfs de woordvoerder van het Wiener Circus had zijn afkeer van de dierenbeschermingsbeweging niet beter kunnen verwoorden.

De tachtig Vlaamse gemeenten - waaronder Leuven - die acts met wilde circusdieren op hun grondgebied hebben verboden, hebben die beslissing vanzelfsprekend genomen om het dierenwelzijn te behartigen. Het Leuvens verbod dateert van 24 juli 2003. Gedeputeerde Ottenbourgh ging alvast reeds naarstig op zoek naar elementen om de klacht van de VVDB te doen seponeren. De man heeft ontdekt dat het gaat om een collegebeslissing die nooit aan de gemeenteraad voorgelegd werd en enkel de gemeenteraad, stipt Ottenbourgh aan, heeft een wetgevende bevoegdheid. We zijn benieuwd of burgemeester Tobback die zienswijze deelt. Daarenboven heeft Ottenbourgh opgemerkt dat de beslissing genomen werd om dierenmishandeling tegen te gaan. Dierenwelzijn is echter geen bevoegdheid van de gemeenten, maar een federale bevoegdheid. Een gemeentebestuur kan zo’n beslissing wel nemen op basis van algemene veiligheid, maar niet op basis van dierenwelzijn. Weer suggereert de gedeputeerde dat burgemeester Tobback nalatig geweest is...

Wat de heer Ottenbourgh ook mag beweren, het Leuvense Schepencollege heeft in 2003 een hart voor de dieren getoond en het lijkt ons alvast heel bizar dat een gedeputeerde die ondertekent als “een man met een hart voor mensen en dieren” ijverig naar argumenten op zoek ging om een diervriendelijke beslissing van tafel te vegen. Hoe dan ook, het doen en laten van Wiener Circus NV, waarover de VVDB in het verleden al meerdere klachten ontving, zal met argusogen gevolgd worden. Over het resultaat van onze klacht berichten we in een van de volgende nummers.

 

VVDB dient klacht in tegen Wiener Circus

april 2007

De Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming heeft op zondag 3 juni klacht ingediend tegen Wiener Circus dat toen voorstellingen verzorgde op de speelpleinen van Bekaf in Aarschot.

Een ploeg van vier VVDB-inspectieleden (Ria Michaux, Nicole Somers, Carla Van Hoof en Clement Eykens) stelde vast dat de tien aanwezige honden gehuisvest waren in een aanhangwagen met een lengte van 4 meter en een breedte van 2 meter. Slechts de helft van de breedte was beschikbaar voor de dieren, zodat de bruikbare oppervlakte ongeveer vier vierkante meter bedroeg. Deze oppervlakte was dan onderverdeeld in een tiental afzonderlijke hokjes.

Het KB van 2 september 2005 ter waarborging van het welzijn van dieren die tot het vermaak van het publiek worden gebruikt in circussen of rondreizende tentoonstellingen bepaalt dat voor de huisvesting van honden de asielnormen gelden. Concreet betekent dit voor een totaal van tien honden een minimum oppervlakte van 12 tot 95 vierkante meter, afhankelijk van de schofthoogte. Indien honden van verschillende grootte samen worden gehouden, wordt voor de berekening van de minimum oppervlakte de schofthoogte van de grootste hond gehanteerd. Aangezien er vier honden met een schofthoogte tussen 40 en 60 cm aanwezig waren, moest de beschikbare oppervlakte minstens 38 vierkante meter bedragen. Wiener Circus gunde de dieren dus amper één tiende van de vereiste oppervlakte.

Wat de pony's betreft, voorziet het KB een minimum oppervlakte van 9 vierkante meter binnen en 40 vierkante meter buiten per dier. Als dierenbeschermers zouden we nog kunnen aanvaarden dat de dieren om beurten gedurende vier uur buiten worden geplaatst op een terrein dat de voorziene minimum afmetingen haalt… Wiener Circus had een buitenruimte voorzien van amper 9 vierkante meter (minder dan een kwart dan wat vereist was) en voor de vier pony's was een binnenruimte beschikbaar van 3 vierkante meter (dus amper een derde van wat de wet voorschrijft).

De lokale politie Aarschot heeft de nodige vaststellingen gedaan en de VVDB heeft dus klacht ingediend tegen Wiener Circus. De VVDB heeft daarenboven de volgende stappen gezet:

Er werd een schrijven gericht aan het Aarschots Stadsbestuur met de vraag aan Wiener Circus - een circus dat de wet negeert en zich duidelijk niet om het dierenwelzijn bekommert - in de toekomst geen toelating meer te verlenen om voorstellingen te geven op het grondgebied. Van deze gelegenheid werd overigens gebruik gemaakt - wetende dat Wiener Circus ook aapjes inzet - om het Stadsbestuur te verzoeken alle circusvoorstellingen te verbieden waar wilde dieren worden gebruikt.

De VVDB zal Wiener Circus in de toekomst blijven volgen in alle Vlaamse gemeenten teneinde geregeld nieuwe controles te verrichten. Als wordt vastgesteld dat de wet verder wordt overtreden, zal worden nagegaan of inbeslagname van de gebrekkig gehuisveste dieren of verbod één of meer voorstellingen na vaststelling van een inbreuk te organiseren tot de mogelijkheden behoort.