De VVDB op de bres
of de spots op honderden tussenkomsten bij dierenverwaarlozing

 

1 2 3 4 5 6 7 8

 

Media-aandacht? Ach ja, het doet deugd als een journalist wat aandacht besteedt aan ons werk. En het maakt het risico kleiner dat de man in de straat stilaan maar zeker gaat denken dat de VVDB haar inbreng beperkt tot de opvang van honden en katten om die dan weer een nieuwe thuis te bezorgen. Het ligt misschien ook wel een beetje aan ons dat de VVDB zo zelden de media haalt: we vrijen niet op, we gaan er gewoonweg van uit dat radio, pers en tv spontaan belangstelling tonen. Strategisch natuurlijk bijzonder onwijs. Zelfs in Protego gebeurt het maar zelden dat we VVDB-interventies belichten waarmee probleemloos publiciteit was te oogsten. Deze bijdrage moet je bewijzen dat de VVDB ook buiten het dierenasiel op de bres staat voor dieren in nood.

Arendonk

april 2001

Medio 2000 ontvingen we het volgende schrijven van Rudy Quintens uit As:

Wij schrijven deze brief omdat wij geschokt zijn door wat we heden meegemaakt hebben. Mijn vrouw en ik zijn op zoek naar een Engelse Bullterriër pup. In Woef lazen we een advertentie die als volgt ging: "Bull Terriërs, Franse en Engelse Bulldogs, Mops en Mastino’s – stamboom en garantie – 014.679708". Jammer genoeg is het ons op dat moment niet opgevallen dat er negen advertenties onder mekaar geplaatst waren met hetzelfde telefoonnummer.

In een telefonisch contact deelde de baas ons mee dat hij verscheidene pups had, acht weken oud, zowel teven als reuen, ingeënt, ontwormd, getatoeëerd, gechipt, dit alles voor 20.000 frank. Bij verdere navraag zei hij nog dat de ouders van de honden aanwezig en te bezichtigen waren, dat er altijd bezoek mogelijk was, dat er een stamboom was en dat er bij de prijs nog duizend frank bij kwam voor registratie in Brussel. Wij konden (omdat de pups volgens zijn zeggen reeds acht weken oud waren) onmiddellijk komen kijken, we mochten desgevallend zelfs een pup uitkiezen en meenemen.

Dus wij onderweg, van As naar Arendonk, De Lusthoeve 75, een afstand van meer dan tachtig kilometer, alwaar afspraak om 19 uur. Toen we daar aankwamen was de baas er nog niet. Hij was nog onderweg. We werden slechts schoorvoetend tot het terrein toegelaten. Wat we daar te zien kregen was onvoorstelbaar. De 1.300 kalveren in de stallen werden waarschijnlijk wel behandeld en gestald zoals voor slachtvee gebruikelijk is (ze waren tenminste aan het eten), maar de aanwezige honden waren op een weerzinwekkende manier gehuisvest. Net zoals de twee apen in een donkere kooi, volgens onze gastheer ergens van een Russische afkomst. In diverse kooien in open lucht, zonder dak en met kleine hokken, zaten honden van allerlei pluimage. In alle kooien lagen talrijke hopen (soms bruine plassen!) uitwerpselen. In een kelder (wel degelijk verlicht met grote ramen), in een aantal boxen, kisten en dozen, soms in papiersnippers, soms zonder, zaten een aantal zielige pups. In een doos, onmiddellijk naast de inkomdeur, lag een apathische Bullterriër teef, de muil dichtgesnoerd met tape. In de doos was een drinkkom aanwezig met stof en papiersnippers op de bodem. De enige aanwezige Bullterriër pup lag verloren in een doos, gevuld met papiersnippers, te rillen van kou of ziekte. In een andere box lag een mops-pup, kaal op het hoofd en ontveld aan de poten. Alle pups, behalve een Collie, waren lusteloos en zagen er zeer armzalig en ziek uit. Niet te verwonderen, want geen van alle had ook maar enig voedsel of drinken in zijn doos of kist.

Na een half uur ronddralen en nadat er wat over en weer was gebeld, zo ver mogelijk van ons vandaan, werd het voorstel gedaan om even naar de oma te rijden waar er wel puppies zouden zijn. Dat was even voorbij Poppel, ongeveer 15 kilometer verder. Om 20 uur kwamen we daar aan. Niet te geloven: niemand daar! Ja, dan maar even wachten, terwijl kleinzoon (neef van de baas) even met de wagen om de sleutels ging. Eindelijk was hij weer daar. Hij stapte het huis binnen (wij bleven buiten wachten) en ging er een vijftal minuten telefoneren. Resultaat: "Ik zal even de pups uit de schuur halen." En wij moesten buiten de poort wachten…

De jongeman opent de poort van de schuur, waarop een compleet koor van puppies een gehuil aanheft. Enkele minuten later komt hij terug buiten met drie pups van naar schatting twee weken oud. "Binnen zijn er nog drie, in totaal zijn er zo zes," deelt hij mee. De pups worden buiten de poort op het gras gezet, waar er twee roerloos (verblind?) blijven liggen, terwijl de derde enkele flauwe pogingen doet om zich enige centimeters te verplaatsen. Voor ons is de maat vol. We maken ons ongenoegen kenbaar. Wat is dat voor behandeling? We maken een afspraak. Een uur nadien hebben we de baas nog niet gezien, hebben we nog geen van de telefonisch voorgespiegelde pups gezien, laat staan de vader en de moeder… Antwoord van de jongeman: "Ik zal dan even de teef halen." We hebben hierop vanzelfsprekend niet gewacht. Kortom: we hebben een groot aantal honden gezien, maar behalve de drie pups en de drie Bulldog pups, geen twee van hetzelfde ras. Deze honden worden in erbarmelijke omstandigheden gehouden en de meeste leken te sterven van honger en dorst. Is er in de omgeving van Arendonk dan geen afdeling van de dierenbescherming? Mijn echtgenote heeft ooit Klein America bezocht (ik nooit) en volgens haar is dat een hondenparadijs in vergelijking met de "kennel" waarvan hier sprake."

Naar aanleiding van deze klacht hebben we meteen een informatief onderzoek opgestart en daaruit bleek dat er inderdaad aanleiding was om zonder uitstel op te treden teneinde een eind te maken aan dit al jaren aanslepend misbruik van dieren. We zochten contact met de Veterinaire Inspectie bij het Ministerie van Landbouw en bespraken het dossier met dr Eric Van Tilburgh. Steunend op zijn deskundig advies en gesterkt door de wetenschap dat de diensten van dr Van Tilburgh ons zo nodig met raad en daad zouden steunen, verzochten we het gemeentebestuur van Arendonk tot de actie over te gaan. Er waren in het verleden immers al tientallen pv’s opgesteld die ertoe hadden geleid dat de erkenning niet langer verleend werd, maar die pv’s werden door zaakvoerder Bruurs gewoon naast zich neergelegd. Het leek ons niet aangewezen ook in de toekomst nog diezelfde weg te bewandelen, want het zou bij betrokkene alleen maar de indruk versterken dat hij ongestraft kon blijven doen wat hij wou. En de gemeente Arendonk heeft voor de efficiënte aanpak gekozen die we haar hadden voorgesteld. In samenwerking met het Ministerie van Landbouw werd door de gemeentelijke politie overgegaan tot de opruiming van de bestaande hondenkwekerij van de heer Bruurs. Daarenboven werd een nieuwe aanvraag tot erkenning van een hondenkwekerij, ingediend door zijn zoon op hetzelfde adres, door het college in zitting van 16 december 2000 ongunstig geadviseerd.

Een beredeneerde tussenkomst, zoals in Arendonk geschiedde, moet andere malafide kennelhouders doen inzien dat ze een riskant spelletje spelen. Hoe dan ook, de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming is vastbesloten met dezelfde wapens de strijd voort te zetten. Wat op zeer korte tijd in Arendonk werd bereikt moet andere gemeenten ervan overtuigen dat de strijd tegen het misbruik van dieren in verdachte hondenkwekerijen met succes kan gevoerd worden. 


Arendonk heeft alvast een voorbeeld gesteld dat navolging verdient. Dierenvrienden die bruikbare informatie kunnen verstrekken over wantoestanden waarvan kennelhonden het slachtoffer zijn mogen niet aarzelen ons te contacteren. Ze doen dat liefst met een schrijven waarin de situatie gedetailleerd uiteen wordt gezet. Op die manier kunnen we samen een eind maken aan het immoreel gesol met dieren voor eigen profijt.

Het College van Burgemeester en Schepenen

Advies erkenning hondenkwekerijen,
De Lusthoven 75 Arendonk

Gelet op het Koninklijk Besluit van 17.02.97 houdende de erkenningsvoorwaarden voor hondenkwekerijen, kattenkwekerijen, dierenasielen, dierenpensions en handelszaken voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren;

Gelet op de aanvraag tot erkenning als hondenkwekerij door Bruurs Menno, De Lusthoven 75 Arendonk voor een inrichting te Arendonk, De Lusthoven 75;

Gelet op het artikel 2 §4 van hogervernoemde besluit waarin wordt gestipuleerd dat het gemeentebestuur zijn advies over deze aanvraag dient uit te brengen;

Overwegende dat het dossier volledig is;

Gelet op het feit dat er in het verleden reeds meermaals grote problemen geweest zijn met de uitbating van een hondenkwekerij op hetzelfde adres;

Gelet op de beslissing van het schepencollege dd. 02.03.00 waarbij een ongunstig advies werd gegeven tot een erkenning hondenkwekerij op naam van Bruurs Paul;

Gelet op het standpunt van het ministerie van Middenstand en Landbouw waarbij in het verleden zelfs een verbod werd opgelegd tot de uitbating van een hondenkwekerij op die locatie ( brief dd. 20.01.00);

Gelet op het schrijven van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming dd. 10.08.00 waarin zij voorstellen actie te ondernemen tegen de hondenkwekerij van dhr. Bruurs;

Gelet op het feit dat uiteindelijk moest worden overgegaan tot de opruiming van de bestaande hondenkwekerij van Bruurs Paul, De Lusthoven 75 te Arendonk;

Overwegende dat wij alles in het werk willen stellen om soortgelijke toestanden in de toekomst te voorkomen;

Besluit:

Art. 1: Ongunstig advies wordt verleend aan de aanvraag van Bruurs Menno, De Lusthoven 75 Arendonk tot erkenning als dierenhandelszaak voor een inrichting tot het houden van 40 pups, gelegen op een perceel te Arendonk, De Lusthoven 75;

Art. 2: Dit advies over te maken aan het Ministerie van Middenstand en Landbouw, Diergeneeskundige Inspectie te Merksem.

De Secretaris, A. Helsen
De Burgemeester, J. Bouwen

 

Herselt

april 2001

De Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming heeft eind september 2000 op bevel van het Herseltse gemeentebestuur 35 poedels verwijderd in en om een woning langs de Borchtstraat in Herselt. Een alleenwonende 68-jarige vrouw stond in voor de verzorging van de dieren. Buren klaagden al jaren over de geluidsoverlast en stankhinder die de honden veroorzaakten.

Eerst even de feiten. Voor de buren van de officieuze kennel was na jaren van oorverdovend gekef en vervelende stank de maat meer dan vol. De honden liepen geregeld door de draad en hadden omwonenden al twee keer gebeten. Vooral bij warm weer was de stank niet te harden. Mensen hadden al gezien hoe één van de honden een dode soortgenoot aan ’t opeten was. Bij sommige dieren zag je de etter uit de bil lopen… Kortom, een toestand die niet kon blijven duren. De rijkswacht van Herselt kwam samen met de VVDB ter plaatse teneinde een proces-verbaal op te maken. Bij die gelegenheid werden er reeds zeven poedels naar het asiel overgebracht. Een dag later werd de rest van de keffende meute meegenomen. In de woning van de vrouw zaten minstens 17 honden. De rest liep buiten rond op een uitgestrekt terrein; het was dus geen sinecure om de dieren te pakken te krijgen. De vrouw woonde al vier jaar alleen en was in een echtscheidingsprocedure met haar man verwikkeld. De zakken hondenvoer die ze via haar ex ontving, scheurde ze gewoon open en de honden sprongen er als wilden naartoe. De dieren kregen dus wel geregeld te eten, maar sommige exemplaren hadden last van vlooien en een vieze pels. Het duurde die woensdag de hele namiddag voor alle poedels waren verwijderd. De vrouw had de dag tevoren verdovende pilletjes gekregen om haar honden woensdag rustig te kunnen houden. Op die manier hadden we de poedels gewoon kunnen inladen. Maar de vrouw had de pilletjes reeds dinsdagavond in het hondenvoer gemengd en de dieren waren woensdagmiddag dus weer springlevend en nauwelijks te grijpen.

Succes

Ook het transport zelf was geen lachertje. Onze dierenarts spoot de poedels één voor één in slaap en dan werden de dieren vervoerd naar het asiel in Aarschot. De eigenares mocht nog één hondje bijhouden. In het asiel werden de dieren gecontroleerd op eventuele ziektes. Een bijkomend probleem was dat de hondjes heel wild waren. De eerste prognose van asieldierenarts Van Godtsenhoven was somber: hij vreesde dat een groot aantal poedels een spuitje zou wachten. Daarbij kwam het probleem van de opvang: het is niet evident dat je in je asiel op de slag plaats kan maken voor een dertigtal gasten die je niet had verwacht. En het leek weinig waarschijnlijk dat de dieren, zoals gezegd bijna allemaal poedels, in de nabije toekomst een nieuwe thuis zouden vinden, want niet elke asielbezoeker is echt op zoek naar dat ras. Toch is er in Aarschot weer eens een wonder geschied. Een paar poedels werden na dagenlang wikken en wegen onplaatsbaar verklaard en pijnloos gedood. Maar alle andere dieren grepen de kans die hun werd gegund en nog voor het eind van het jaar vonden ze via ons dierenasiel een betere thuis.


Hulshout

april 2001


De Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming haalde met de hulp van de politie van Hulshout begin februari 2001 twee zwaar verwaarloosde en ondervoede honden op bij M.J. in de Blokstraat in Hulshout. De eigenares verscheen twee jaar geleden al voor de rechtbank voor het verwaarlozen van dieren. Ze werd toen schuldig bevonden maar niet gestraft.

Na een klacht van de buren ging de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming een bezoek brengen bij M.J. Wat onze afgevaardigden daar te zien kregen, tart alle verbeelding. De omstandigheden waarin de dieren leefden, waren gewoon erbarmelijk. Ze waren zwaar ondervoed en leken op het eerste gezicht een lange periode nodig te hebben om te recupereren en op krachten te komen. Dit geval van verwaarlozing was trouwens eigenaardig. Vaak zijn eigenaars van verwaarloosde dieren marginalen. De eigenares van deze hondjes was dat zeker niet. Ze was zelfs bemiddeld. Ze had trouwens wel degelijk voedsel in huis, maar om de een of andere duistere reden kregen de dieren niets te eten. Niet alleen de honden maar ook de duiven, kanaries, schapen en koeien waren allemaal uitgehongerd. De VVDB nam de twee hondjes, een straathond en een pinchertje, onmiddellijk mee naar het dierenasiel in Aarschot. De factuur voor deze tussenkomst werd aan de eigenares overgemaakt en is inmiddels vereffend. Ook de andere dieren waren er niet te best aan toe. Maar we hebben ze voorlopig ter plaatse gelaten met de bedoeling in samenwerking met de politie regelmatig controle te verrichten. En als het nodig is, worden ook die dieren direct naar Aarschot overgebracht. De twee hondjes zijn inmiddels volledig hersteld en hebben het dierenasiel reeds verlaten.
Donald Stevens


Heist o/d Berg

januari 2002


Onze voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming meldde mij dat hij via de politie van Heist o/d Berg een klacht van dierenverwaarlozing gekregen had en vroeg me of ik met een collega-inspecteur en onze asieldierenarts eens wilde gaan zien. Er was een afspraak met de politie gemaakt dat wij maandag 16 juli om 14 uur op het politiebureau zouden samenkomen. Een half uurtje later kwamen we aan op het adres waar de dieren zich zouden bevinden: een bouwvallige boerderij. Mijn collega en ik wisten niet wat we daar te zien zouden krijgen. Buiten op het erf zagen we alleen kippen en duiven rondlopen, maar toen onze dierenarts de staldeur opendeed, was ik met verstomming geslagen: in de stal, waar amper zonlicht binnen scheen, stonden koeien in hun eigen uitwerpselen en zeven honden (Duitse en Mechelse herders) lagen zonder eten en drinken aan een koord vastgebonden, helemaal besmeurd door in hun uitwerpselen te moeten liggen. We probeerden de honden los te maken om ze in het asiel in Aarschot onder te brengen, maar de dieren waren zo verwilderd en razend dat ze zich niet lieten benaderen.

Dus zijn we buiten met de politie en de dierenarts gaan overleggen en wat ik al vreesde, was de enige oplossing voor de honden: we moesten ze ter plaatse laten inslapen. Ik heb me dus als dierenvriend nog nooit zo slecht gevoeld als op dat moment. Toen we de kadavers in onze dienstwagen aan ’t laden waren, hoorde mijn collega nog honden stilletjes janken in een varkensstal. We deden de deur open en ja, nog een kleine Duitse herder en een volwassen Mechelse herder zaten daar te beven van angst. Eerst vreesden we dat ook zij razend zouden zijn, maar met wat geduld en door de dieren te sussen, kwam het kleine hondje naar ons toe en was het ijs voor de grote hond al vlug gebroken. Deze twee honden konden we toch nog levend naar ons asiel in Aarschot overbrengen, waar ze door alle medewerkers onmiddellijk verzorgd werden. Die terugrit zal ik overigens niet vlug vergeten: op weg naar Aarschot keek Louis, mijn collega, me meer dan eens aan, maar we konden geen woord meer uitbrengen.

Maandagmorgen 23 juli kwam ik in het asiel aan om er wat te gaan helpen. Mevrouw Coemans, de asielverantwoordelijke, riep me op het bureau en overhandigde me een brief die de VVDB zopas van de politie van Heist o/d Berg gekregen had. Daarin stond dat de eigenares van de twee honden, die ongeveer een week bij ons verbleven hadden, een hondenren geplaatst had en dat we de dieren terug naar haar thuis moesten overbrengen. Op dat moment vroeg ik me af of het allemaal nog wel zin had om op te komen voor dieren en ik zei tegen mevrouw Coemans dat ik het nut ervan niet meer zag. Toch ben ik ’s anderdaags met de twee honden naar Heist o/d Berg gereden. De eigenares stond me buiten al op te wachten en begon me uit te schelden voor dierenbeul en moordenaar. Wat ze niet begreep, was dat zij het was die haar dieren dit aangedaan had.. Van die dag af ben ik alle weken naar haar dieren gaan kijken en ja, de eigenares probeerde haar best te doen. Maar als alleenstaande vrouw met zoveel dieren kunt ge die niet optimaal verzorgen. De honden kregen wel eten, maar meestal was dat oud brood in water gedrenkt. Toen ik haar op een keer eens vroeg of ze geen hondenkorrels kon bijvoederen, antwoordde ze me dat ze dat niet kon betalen. Daar het niet de gewoonte is van onze vereniging voor dierenbescherming dat we de dieren gaan voederen bij mensen waar we een inspectie gaan doen, nam ik contact op met onze directie en zei dat ik thuis nog een zak hondenkorrels had staan die ik gekregen had voor ons asiel in Aarschot en ik vroeg of ik dat voedsel voor de twee honden in Heist o/d Berg mocht gebruiken. Onze voorzitter vond dat geen slecht idee en zo gezegd, zo gedaan: de eigenares was zeer dankbaar dat we dat voor haar wilden doen, maar de meeste dankbaarheid zag ik in de ogen van die twee honden die elke keer mijn inspectiebezoek zeer waardeerden.

Ik heb dit inspectieverslag geschreven, niet om mensen te bekladden, maar om mensen te laten inzien dat dieren zonder onze liefde en bezorgdheid soms zouden wegkwijnen in een donkere stal.


Maurice Van den Broeck, Putte

Landbouwster Simonne P. uit Heist o/d Berg stond in november dus voor de zoveelste keer voor de rechter. Tevoren werd de vrouw reeds veroordeeld voor verwaarlozing van haar koeien en voor inbreuken op het mestdecreet. Nu gaf ze als uitleg dat ze voor haar dieren goed probeerde te zorgen en dat de honden er niet zo slecht aan toe waren als het parket beweerde. De dierenverwaarlozing kostte de boerin een geldboete van 40.000 frank en de vrouw mag de volgende drie jaar geen honden meer houden. De twee honden die haar eerder waren terugbezorgd en die ze nu nog had, moet ze aan de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming overmaken.

 

Heultje Westerlo 26 mei 2002
Omgekomen van honger en dorst

juli 2002

Op zondagavond 26 mei ontvingen we een oproep
van de politie Zuiderkempen om een aantal
verwaarloosde dieren op te vangen in een pand
aan de Waterstraat in Heultje.
We kwamen om half negen ter plaatse en de politie
stond ons reeds op te wachten.
We zagen enkel een grote hangar.
We vroegen ons af waar er zich hier ergens
dieren konden bevinden,
want nergens hoorden we geritsel, gestap
of een ander geluid.
Onze ogen moesten zich aanpassen aan het donker:
in dit gebouw was nooit een straaltje zonlicht
binnengevallen.
Achteraan stonden enkele stenen muurtjes,
waar de dieren tussen verborgen zaten.

Allerhande rommel deed dienst als deur.
In het eerste hok lag een ezel.
Die was er zo erg aan toe dat een dierenarts
het dier ter plaatse had laten inslapen.
Dan zagen we iets dat een pony zou moeten voorstellen.
Heel de vacht was van dat dier afgevallen,
waarschijnlijk door ontbering.
Het trilde als een espenblad

Dan twee varkentjes: een huid vol grove putten,
waar geen grammetje vlees meer aan te bespeuren viel.
Deze beesten waren niet mager, maar uitgemergeld.
In het volgende vakje troffen we twee schapen en twee geitjes aan.
We probeerden alle dieren in onze dienstwagen te laden,
maar op één schaap na hadden de beesten de kracht niet meer om er naartoe te stappen.

Dus alles maar onder onze armen genomen: elk een varken in de arm, dan de geit en dan het schaap. Het leek wel of we een hondje met heel veel haar droegen. Dit was intriest. Het zal niet verbazen dat we nergens een spoor van voedsel, hooi of water hebben kunnen bespeuren.

Tabitha Vrancken, Fonny De Decker en Maria Coemans

 

Wiekevorst 2 september 2002
Maria J blijft in de boosheid volharden

oktober 2002

 

Op maandag 2 september hebben we op ons bureau in het dierenasiel een klacht ontvangen van een man uit Wiekevorst. De klacht was gericht tegen mevrouw Maria J. uit diezelfde gemeente. Toen ik omstreeks kwart voor zeven 's avonds op het adres aankwam, bleek er niemand thuis. Door een raampje kon ik in de stal naar binnen kijken: een kalfje kon nog amper overeind blijven staan, terwijl een tweede kalfje in de mest lag en niet meer rechtop raakte. Een zestal mensen uit de directe omgeving smeekten om iets aan deze toestand te doen. Dus nam ik contact op met de politie van Heist o/d Berg. Ook de agenten die ter plaatse kwamen vonden de toestand zorgwekkend en verwittigden hun hoofdofficier. Die vroeg op zijn beurt toelating aan het parket om de dieren te laten wegnemen, waarna het parket een dierenarts vorderde om de toestand ter plaatse te komen inschatten. Ondertussen was het reeds half elf geworden.

Mevrouw Coemans was ook reeds aangekomen, daar ik met de politie veronderstelde dat er direct opgetreden zou worden. Maar de dierenarts wilde pas op 3 september om 10 uur ter plaatse komen. Die morgen was ik reeds om acht uur present om naar de toestand van het kleinste kalfje te kijken. Het lag daar uitgemergeld te sterven. De eigenares, mevrouw J., kwam op een gegeven moment buiten met me een praatje maken. Ze vertelde me dat ze voor 500 euro een messenset had gekocht, waarmee ze een autopsie uitvoerde op de koeien die ze liet sterven. Dit was volgens haar de twaalfde koe die dit jaar gestorven was. Ze versneed de dieren, iets waar meerdere mensen getuigen van waren, en vilde ze. De klager had dit overigens ook gezien, samen met talloze anderen. Ze vertelde me ook dat ze veel geleerd had van Dutroux. Dat hij zo dom was lijken in de grond te stoppen. Je moet ze versnijden, uitbenen en in de kachel stoppen. "Na ettelijke uren blijft er alleen een hoop as over," zei ze en die strooide ze uit op de steentjes voor haar deur. Ze zorgde er ook voor dat er in de te versnijden dieren geen bloed meer aanwezig was, je mes moest er droog uitkomen….

Omstreeks tien uur kwam de dierenarts samen met de hoofdofficier ter plaatse. Volgens de dierenarts waren de beesten volledig ondervoed. Nergens was er voedsel of drank in de stal te bespeuren. Het kleinste kalfje kon er volgens de arts niet meer bovenop komen en er werd tot euthanasie overgegaan. De dierenarts vroeg het asiel het kadaver mee te nemen en hem een attest van Rendac te bezorgen. We zouden ons over het andere kalfje ontfermen. De andere dieren in die kleine, donkere stal, mochten er voorlopig blijven: het betrof drie kalkoenen, een tiental kippen en drie konijnen.

Tabitha Vrancken, Booischot

 

Baasje laat opnieuw hondjes bijna omkomen van honger
Gazet van Antwerpen, 2 februari 2001

De dierenbescherming heeft twee ondervoede hondjes weggehaald uit een woning in Hulshout. Ze zijn ondergebracht in het asiel van Aarschot. "Het gaat om een zware vorm van verwaarlozing," zeggen de medewerkers daar. Twee jaar geleden stond eigenares M.J. al voor de rechter wegens dierenverwaarlozing.

Het kalfje vertoeft nu al een aantal weken
in ons dierenasiel
en is weer op krachten gekomen

Van Hulshout
tot Wiekevorst:
dezelfde “dame”,
dezelfde ellende...

 

De politie van Hulshout bracht dinsdag een bezoek aan de woning in de Hulshoutse Blokstraat. "We hadden melding gekregen dat er verwaarloosde dieren rondliepen," zegt een agent. "Maar we konden niet veel doen. Alleen een dierenarts kan immers vaststellen of dieren echt verwaarloosd zijn. Die kwam woensdag en bevestigde de verwaarlozing." De dierenbescherming heeft de twee hondjes onmiddellijk meegenomen. "Ze zijn opgenomen in het asiel van Aarschot," zegt Donald Stevens, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming. "Ze zijn zwaar ondervoed en zullen een lange periode nodig hebben om te recupereren en op krachten te komen. Dit geval van verwaarlozing is trouwens eigenaardig. Vaak zijn eigenaars van verwaarloosde dieren marginalen. De eigenares van deze hondjes is dat zeker niet. Ze is zelfs bemiddeld. Ze had trouwens voldoende eten voor haar hondjes, maar om een of andere reden gaf ze dat niet." "Op het domein van M.J. lopen nog veel dieren rond," zegt Donald Stevens. "Onder meer koeien, geiten en ganzen. Met die dieren gaat het ook niet echt goed. Maar het is voor ons moeilijk om weidedieren in beslag te nemen. Daar hebben we niet de ruimte voor. Maar we volgen de zaak op de voet. Als de toestand van de weidedieren niet snel verbetert, nemen we ook die mee. We zullen wel een oplossing vinden." Het is niet de eerste keer dat M.J. geverbaliseerd wordt voor dierenverwaarlozing. In december 1998 stond ze daarvoor al voor de rechtbank. Ze kreeg toen de opschorting van straf.