Op weg naar een verplichte sterilisatie en identificatie van onze katten

september 2010


Om een oplossing te vinden voor het steeds maar stijgend aantal katten in onze dierenasielen werkte de dienst Dierenwelzijn bij de FOD Volksgezondheid een meerjarenplan uit dat stapsgewijze zal uitgevoerd worden. Vooraleer het plan in wetgeving om te zetten, legde deze overheidsdienst het voor aan de dierenasielen omdat toch zij op de eerste plaats geconfronteerd worden met het probleem.
De FOD wil allereerst focussen op een doorgedreven sterilisatie en identificatie van onze katten. In een eerste fase die start in 2011 zouden alle katten, geplaatst door een dierenasiel, moeten gesteriliseerd worden, ofwel in het asiel ofwel na adoptie door een dierenarts die vrij gekozen wordt door de adoptant. Die gesteriliseerde katten moeten daarenboven geïdentificeerd worden en geregistreerd in een databank, gemeenschappelijk voor alle asielen.
In een tweede fase (2012) moeten de asielkatten, ouder dan 6 maanden, voorafgaand aan de adoptie gesteriliseerd, geïdentificeerd en geregistreerd zijn en in 2013 geldt die verplichting voor alle, dus ook voor de jongere katten. Pas in 2014 wordt de regelgeving uitgebreid naar fokkers en dierenhandelaars toe en nog een jaar later wordt alle publiciteit voor katten verboden.
Het is duidelijk dat wij het als dierenwelzijnsorganisatie toejuichen dat de overheid eindelijk aandacht besteedt aan een uitermate belangrijk probleem, we geloven sterk in een beleid dat castratie en sterilisatie centraal stelt en we zijn de laatsten om te beweren dat identificatie en registratie van dieren een zinloze maatregel is. Toch achten we het onze taak een paar kritische bedenkingen te maken bij het project.
Allereerst lijkt het ons wat vreemd dat het meerjarenplan in de loop van de maand augustus reeds uitgebreid in de media ter sprake kwam, waarbij nergens te lezen viel dat het ging om een ontwerp dat nog met de dierenasielen moest worden besproken. Was het niet wijzer geweest het geplande overleg af te wachten en het project waar nodig wat bij te sturen vooraleer hieromtrent met de media te communiceren? En we achten de kans bijzonder groot dat er na zo’n overleg hier en daar wat moet bijgestuurd worden.
Zo vragen we ons af waarom enkel de dierenasielen drie jaren lang aan een steeds strengere regelgeving onderworpen worden, terwijl de dierenhandel al die tijd een absolute vrijheid geniet. We sluiten niet uit dat die optie verantwoord kan zijn, maar dan lijkt het ons alvast niet onverstandig dat ook duidelijk toe te lichten. Op die manier kan wrevel voorkomen worden.
We begrijpen ook niet al te best waarom in dit meerjarenplan gen jota gewijd wordt aan de rol die de gemeentelijke overheid kan spelen bij het verhelpen van de zwerfkattenproblematiek. Meer nog, waarom aan de gemeenten niet opgelegd wordt een aanvaardbaar zwerfkattenbeleid te voeren, zodat inwoners die de problematiek aankaarten niet teleurgesteld in de kou blijven staan. Hoe wil je mensen in hemelsnaam motiveren om hun eigen kat te laten behandelen om overbevolking te voorkomen, als ze dag na dag moeten ervaren dat hun gemeentebestuur onverschillig en verveeld de schouders ophaalt en de ogen blijft sluiten voor het probleem.
Een project dat onbetwistbaar een meerwaarde biedt, maar dat ook de administratieve overlast in de dierenasielen sterk zal vergroten, verdient de onvoorwaardelijke steun van alle overheidsdiensten. Twaalf jaar geleden werd de verplichte identificatie en registratie van honden ingevoerd. Theoretisch zouden we dus mogen verwachten dat er in onze asielen geen enkele niet-geregistreerde hond meer zou belanden. Toch stellen we vast dat een vrij groot aantal honden, jonger dan twaalf jaar, nog steeds niet gechipt en/of geregistreerd is. Hondenbaasjes laten al te vaak na de wijzigingen van de gegevens – bijvoorbeeld bij verhuis of bij verkoop van de hond – aan de BVIRH mee te delen, zodat het voor asielen en dierenartsen vaak zeer moeilijk is om verloren gelopen dieren aan de rechtmatige eigenaars terug te bezorgen. Zoals we in een vorig nummer van Protego uitgebreid hebben uiteengezet, dreigt de stugge houding van sommige gemeenten het zelfs onmogelijk te maken een verhuisd hondenbaasje op te sporen, met alle gevolgen van dien, en dan zwijgen we nog van eigenaars die in het buitenland wonen, waar men vaak geen toegang heeft tot de databanken. Met andere woorden: wat de honden betreft, werd het naleven van de regelgeving door de overheid nauwelijks gecontroleerd en werden er helemaal geen stappen gezet om belangrijke ondermijnende problemen weg te werken. De controle op het naleven van de regelgeving in het voorliggend meerjarenplan zal zeker niet makkelijker zijn. Integendeel zelfs!
Aangezien de controle dus onvoldoende is, lappen al te veel hondenbaasjes de regelgeving gewoon aan hun laars. Enkele gerichte controles – en voor honden kunnen die makkelijk in de praktijk uitgevoerd worden – hand in hand met passende sancties zouden het aantal inbreuken nochtans drastisch doen dalen. Door de laksheid die ze ervaren, menen sommige baasjes zelfs dat ze zich ongestraft van een geregistreerd dier kunnen ontdoen door het in een bos of langs de weg te droppen en dan vol te houden dat de hond aan iemand anders verkocht werd en dat die grote onbekende dus alle verantwoordelijkheid draagt. Als het asiel erop wijst dat er op zijn minst een fout werd begaan door na te laten de BVIRH in te lichten, halen ze hautain de schouders op. De VVDB maakt er een erezaak van die mensen een gepeperde factuur voor te leggen en ze bij wanbetaling zonder pardon voor de rechtbank te dagen. Procederen kost geld, heel veel geld, maar de voldoening is groot als de rechtbank steeds weer onze zienswijze volgt.
Maar ook al zijn ze veroordeeld, al schakelen we later de deurwaarder in, er zijn lieden van wie we finaal geen cent recupereren. Ze hebben hun hond gedumpt, ze hebben ons uiteindelijk honderden euro’s gekost, maar zelf zijn ze quasi onaantastbaar en ze lachen ons uit. Meer nog, ze halen uitdagend een nieuwe pup in huis, terwijl de overheid deze praktijken gedoogt. Om maar te zeggen: er is na twaalf jaar nog heel veel werk aan de winkel…
Het is daarom dat we ernstige twijfels hebben over de slaagkansen van dit nieuwe project. Wie gaat er bijvoorbeeld in 2011 controleren of een kat na adoptie wel degelijk gesteriliseerd en geïdentificeerd wordt? Het dierenasiel kan enkel wijzen op de verplichting en daar houdt het op. Ook de dierenarts heeft geen enkele bevoegdheid. Het is hem niet toegestaan de behandeling van een dier afhankelijk te maken van een voorafgaande identificatie. Bovendien zou er nog maar eens een databank bijkomen, gemeenschappelijk voor alle asielen. Voor wie zal deze databank toegankelijk zijn? En tegen welke vergoeding? Toch even in herinnering brengen dat de registratie van een hond bij de BVIRH meer dan 12 euro kost. Tel hierbij de prijs van een chip en het honorarium van de dierenarts en je bereikt al een aardig bedrag. Nogmaals: die meerprijs vereist dat de opvolging van de regelgeving geen lachertje wordt.
Waar het ons meestal nog gelukt een baas die zijn hond heeft gedumpt op basis van de registratie voor de rechtbank te brengen, zal dat voor poezen praktisch onmogelijk zijn. Een kat is nu eenmaal een vrij rondlopend dier. Als een baasje zijn kat dumpt, kan die later doodleuk verklaren dat Nestor gewoon op avontuur is geweest, zoals dat wel vaker gebeurt. Een verhaal dat je niet echt kan doorprikken… Een chip kan heel waardevol zijn voor goedmenende baasjes die ernaar streven poeslief een maximale bescherming te bieden, maar zal wanpraktijken niet echt kunnen bestrijden. Misschien is het wijs de registratie te propageren, maar niet echt te verplichten.
Onze asieldierenarts heeft ook bedenkingen bij de vroegsterilisatie van kittens. In de Verenigde Staten wordt deze techniek al jaren toegepast en ook in België zijn er een aantal dierenartsen – hij is er één van – die deze ingreep uitvoeren. Toch zijn er ook hier weer beperkingen. Zo is dus niet elke dierenarts vertrouwd met de ingreep. Vooral de sedatie, de anesthesie, het beperken van het bloedverlies en het behoud van de lichaamstemperatuur vereisen de nodige aandacht en routine. Bovendien streven we toch naar een minimum gewicht van 1 kg. Iets minder (800 gr) kan ook al, maar dan moeten de kittens wel in zeer goede conditie zijn. Aan de RU Gent, afdeling Diergeneeskunde, loopt momenteel een studie over de voor- en nadelen van vroegsterilisatie, de te gebruiken anesthesieprotocols en de meest efficiënte procedure. De resultaten van deze studie zullen nog wel een aantal jaren op zich laten wachten. Aanvankelijk zal het dierenartsenkorps dus overtuigd moeten worden van de positieve aspecten, enkel op basis van resultaten uit de Verenigde Staten.
Om aan alle criteria voor vroegsterilisatie te kunnen voldoen, zullen kittens dus langer in een asiel moeten verblijven. Het is wachten op een goede gezondheid, een goed gewicht en een goede leeftijd. Dat zal problemen meebrengen omdat de bezettingsgraad tijdens het voortplantingsseizoen van de katten op korte tijd zeer sterk zal toenemen. Het mag niet verbazen dat er hierdoor vaker euthanasie zal toegepast worden. Natuurlijk zal het systeem uiteindelijk zichzelf wel reguleren omdat op een bepaald moment de meeste katten gesteriliseerd zullen zijn, maar eerst zullen er, zoals gezegd, overmatig veel dieren gedood moeten worden. Indien men in de asielen toch kiest voor sterilisatie op een minder gunstig moment, gewoon omdat men anders met al te veel kittens blijft zitten, dan is een hoog sterftecijfer te verwachten bij de reeds behandelde dieren. Dit alles geldt trouwens ook voor de kittens die uit cattery’s komen. Ook de kwekers zullen hun dieren tot de leeftijd van ongeveer drie maanden moeten bijhouden, alvorens sterilisatie mogelijk is.
Dan is er ook nog de verplichte sterilisatie bij kwekers, tenzij de katten verkocht worden aan een andere erkende fokker. Dit zal op termijn leiden tot een aantal minder gewenste neveneffecten: toename van het aantal broodfokkers, exclusiviteit voor erkende kwekers met exuberante prijzen, weinig aandacht voor raskenmerken en rasafwijkingen, enz. Ook dit kan allemaal gecontroleerd worden, maar dan rijst weer de vraag: wie gaat dit doen? Bovendien zullen hoge aankoopprijzen ertoe leiden dat eigenaars hun “dure aankoop” angstvallig zullen willen beschermen tegen ongevallen. Deze dieren zullen voor de rest van hun leven vaak de buitenlucht niet meer zien, want ze moesten maar eens overreden worden door een auto. Men kan zich hier dan ook de vraag stellen of deze dieren nog een natuurlijk leven zullen kennen…
Het meerjarenplan voorziet ook dat publiciteit voor katten in 2015 verboden wordt. Niet zo heel lang geleden stond op teletekst en in een aantal kranten te lezen dat dieren vlak voor de vakantie van de eigenaars via het internet gedumpt werden. De FOD Volksgezondheid gaf toe dat het zeer moeilijk is om het internet te controleren. Zou dit dan plots anders zijn als het gaat om reclame voor katten? Op dit ogenblik is de verkoop van kittens op kattententoonstellingen verboden en toch krijgt onze asieldierenarts nog regelmatig klanten over de vloer die op een dergelijke manifestatie een kitten gekocht hebben, weliswaar niet in de ring, maar de vindingrijkheid van kopers en verkopers is vaak onvoorstelbaar.
Identificatie en sterilisatie van katten blijft niettemin een goed initiatief om de overlast van deze dieren in sommige regio’s onder controle te krijgen. Maar we mogen uiteindelijk ook niet uit het oog verliezen dat vrij rondlopende katten toch ook wel een nuttige functie hebben, tenzij we de toename aan ongedierte zoals ratten en muizen via het gebruik van gifstoffen willen beperken. En dat kan al bij al de bedoeling niet zijn. Daarom pleiten we ervoor dat het voorliggend plan op basis van de overwegingen die door de dierenasielen aangereikt worden nog eens kritisch wordt bekeken.

Donald Stevens
met dank aan de asieldierenarts die een aantal relevante bemerkingen formuleerde