Historiek van de VVDB - b -

A

B

C

D

E

F

G

H

I

 

Er was in die tijd niet enkel het lot van de kettinghond dat onze ergernis wekte of dat ene dossier van de man die zijn hond met een baksteen half dood had geklopt, voor hij het dier in de Dijle verdronk. Onze mensen kwamen soms onvoorstelbare zaken op ‘t spoor, zoals de foto bewijst.

Deze hond was door zijn baas al weken tussen allerlei rommel en vuilnis achtergelaten,
een buur wierp het dier af en toe wat voedsel toe, maar het was onze Staf Boeynaems - waakzaam als steeds - die de ellende ontdekte.

Onze eerste persconferentie deed een schokgolf ontstaan

Op 8 november 1976 organiseerden we in Leuven daarom onze allereerste persconferentie met twee belangrijke items: onze eis dat het Leuvense PAL aan de Bankstraat zou worden ontbonden en onze misnoegdheid over de laksheid van het Leuvens parket. Zonder de minste ervaring inzake contact met de pers trokken we met twee erg beladen dossiers zonder meer omslag naar het hol van de leeuw. Het is niet onze enige, maar alvast onze grootste vergissing geweest. We werden niet enkel door de Leuvense pers als "vreemden" beschouwd die Leuven de les kwamen lezen, maar er was in de zaal ook een zekere Roger Arnhem aanwezig, een man met een rijke ervaring en enorme verdiensten, een figuur die we toen reeds diep respecteerden, maar die voor één avond fataal onze vijand zou zijn. Edmond Bajart, president van het roemrijke Veeweyde dat het pand aan de Bankstraat bezat, had het strategisch uitstekend bekeken: oog in oog met een man die zich op conferenties al jaren als een visje in ‘t water gedroeg en wiens enige opdracht het was voor het Leuvense PAL hoe dan ook de meubels te redden, zouden we heel snel begrijpen dat er, door enthousiasme verblind, al te hoog was gemikt. Gelukkig hadden we het onderwerp "Bankstraat" als laatste bewaard, want na de herrie die toen publiek werd ontketend en waarover we finaal de controle verloren, werd er gewoon geen zinnig woord meer gezegd. Of toch, er was nog dat één memorabel moment, waarop Roger Arnhem, de held van de avond, de man die het feest tot een nachtmerrie maakte, ons na afloop zijn waardering betuigde, heel discreet, maar oprecht. Het deed ons deugd, want we begrepen meteen dat een nederlaag, hoe wrang ze ook smaakt, een vermomde zege kan zijn…

Stand op de Handelsbeurs in Tienen
met Helene Desterbecq,
naast haar echtgenoot Eduard Corthaut
centraal op de foto.
Ze had toen reeds het roer overgenomen van Paul Debroye

Deontologisch verkeerd, maar strategisch perfect

We hebben dat eerste contact met de pers een grote vergissing genoemd, niet alleen omdat we toen al te roekeloos waren, maar vooral omdat we voor één keer "deontologisch" zwaar in de fout zijn gegaan. Het is immers al te goedkoop zonder de minste scrupules de vuile was zo maar buiten te hangen om je grote gelijk te bewijzen. Laat het een jeugdzonde wezen, het kwelt ons nog steeds dat we toen – zonder er stil bij te staan - goedmenende mensen hebben gekwetst. Mensen die ooit van waarde geweest zijn, maar die met de jaren de teugels steeds meer lieten vieren.

En ook het Leuvens parket had de blaam niet echt verdiend; we leerden pas later begrijpen dat pure repressie maar zelden een oplossing biedt en dat er bij de evaluatie van een dossier ook heel wat ons onbekende factoren een rol moeten spelen. Maar als we die eerste persconferentie louter "strategisch" ontleden, dan is ze onvoorstelbaar succesvol geweest: de Minister van Justitie, wijlen Herman Van der Poorten, ging plots vanuit Brussel belangstelling tonen voor al die eerder geseponeerde dossiers en PAL zou spoedig verdwijnen om als "Veeweyde Leuven" met een nieuwe raad van beheer, door Jos Inghels geleid, van de Bankstraat naar de Diestsesteenweg te trekken, waar het asiel tot voor kort bleef bestaan. En de MDAL was eensklaps een "partner" geworden waarmee men in steeds meer gemeenten wellicht met tegenzin rekening hield...

Dynamisme, ook op nationaal vlak

De opvallende groei van onze organisatie was, zoals eerder beklemtoond, vooral te danken aan het enorm enthousiasme waarmee onze allereerste afgevaardigden binnen hun eigen gemeente te werk zijn gegaan. Akkoord, we zijn nog altijd vertegenwoordigd in heel veel gemeenten, maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat er nu veelal "afgewacht" wordt en dat er nog maar sporadisch aan verdere uitbouw gedacht wordt. Met wat heimwee denken we terug aan de jaarlijkse stands op de handelsbeurzen in Aarschot, Tienen, Leuven en Diest, aan de lokale teken- en fotowedstrijden voor schoolgaande jeugd, aan de georganiseerde ledenwerving, aan het voortdurend contact met de jeugd...

Links bovenaan staat Staf Boeynaems
met zijn zoveelste klasje dat hij won voor ons werk
door zijn bijna legendarisch geworden tekenwedstrijden. 
Maar niet enkel de schooljeugd wist hij zo te bereiken,
ook voor directie en leerkrachten was hij een gast die oprechte waardering genoot. 
Onderwijzeres Bertha Vercammen, naast Staf op de foto, is dank zij hem inspectrice geworden.

Niets van dat alles is blijven bestaan en we hopen oprecht dat 2000 het magische jaartal zal zijn dat een traditie, die nooit verloren mocht gaan, weer in ere herstelt. Het waren mensen als Paul Debroye en Fons Maes in Tienen, Jos Lemmens en Willy Mathijs in Leuven, Staf Boeynaems en Robert Van de Ven in Diest, Adolf Van Espen in Rotselaar – we kunnen dat lijstje probleemloos verlengen - die de stevige fundamenten hebben gegoten waarop later voortgebouwd werd.

In al die gemeenten werd ons werk al na enkele maanden gesteund door honderden leden. Ze werden jaarlijks persoonlijk bezocht en om de kosten te drukken werd de lidkaart later weer eens persoonlijk ter bestemming gebracht. Dat kostte inzet en tijd, maar het creëerde een bijna onverwoestbare band: veel van die mensen van een kwart eeuw geleden komen nog altijd voor in ons ledenbestand.

We waren als piepjonge organisatie present op de grote manifestaties
die door de Nationale Raad voor Dierenbescherming ingericht werden.
Op de foto herken je Willy Deltour (met pull), onze allereerste asielverantwoordelijke,
met naast zich Paul Debroye uit Tienen en algemeen hoofdinspecteur Jozef Lemmens uit Korbeek-Dijle.

Ook op nationaal vlak was het dynamisme erg groot. Denken we maar even aan wat er in 1976 werd gepresteerd. Er was de spectaculaire actie in Woluwe, waar op de campus van de UCL verminkte, maar nog levende proefdieren in een vuilniszak waren gevonden. Er was de onvergetelijke zondagvoormiddag in Mol, waar Graaf van Zwaren niet rustte vooraleer er tientallen processen-verbaal opgesteld waren. In Zaffelare kwamen we op voor de ratten die, in houten kistjes gestopt, van de staande wip werden geschoten en daarna door de joelende dorpsjeugd doodgetrapt werden. Voeg daar de nationale manifestatie in Namen aan toe – later volgden nog Brussel, Luik, Antwerpen, Kortrijk en Gent – en je begrijpt ongetwijfeld dat er enorm veel werk werd verricht, waar we later de vruchten van plukten.