Historiek van de VVDB - c -

A

B

C

D

E

F

G

H

I

 

 

Tienen 1977 of het begin van een mooie traditie die te vroeg teloor is gegaan

Toen we eind 1977 in Tienen onze tweede persconferentie organiseerden, hadden we ons lesje geleerd; ze verliep zo positief en perfect dat een jaarlijks contact met de pers, steeds volgens een geëigend stramien, een tijdlang traditie geweest is. Omdat zo’n initiatief ons toeliet belangrijke thema’s ter sprake te brengen, omdat we via onze foto- en diawedstrijd een massa mensen bereikten, omdat we door onze jaarlijkse ereprijzen de belangstelling wonnen van soms invloedrijke figuren, omdat al die gezellige samenkomsten in de media ook nog een ereplaats kregen, daarom spijt het ons nu dat de conferentie in het Tervuurse Museum - waarop we honderden mensen mochten begroeten - ooit de allerlaatste geweest is. Akkoord, het was telkens een loodzware opdracht, ze eiste ontzettend veel kostbare tijd op, maar we hadden, hoe moeilijk het ook zou zijn geweest, die tijd moeten vinden. Rest enkel de troost dat de traditie in schoonheid teloor is gegaan... Terug nu naar Tienen, de thuishaven toen van hoofdinspecteur Paul Debroye en zijn vriend Alfons Maes.

Daar kondigden we in aanwezigheid van burgemeester Coel met enige fierheid aan dat we, dank zij de maandenlange inzet van collega Victor Geens, die zich toen heeft ontpopt tot een getalenteerd architect, in Aarschot een volwaardig dierenasiel hadden geopend; de eerste asielverantwoordelijke was Willy Deltour, de man die tevoren het voorlopig centrum in Wilsele gerund had. Dat was inmiddels door de aanleg van de autoweg Leuven - Aarschot van de landkaart verdwenen en we hadden het tijdelijk door een opvangcentrum in Holsbeek vervangen, waar de dieren toevertrouwd werden aan de goede zorgen van de familie Debrun. We hadden ook lof voor de positieve houding van het Leuvens Parket, maar de beperkte financiële inbreng van de meeste gemeenten bleef ons een doorn in het oog. Toen we verklaarden dat de negen provincies samen 141 miljoen aan hondentaks incasseerden en de gemeenten nog eens 50 miljoen daar bovenop, maar dat enkel Bertem, Herent, Hoegaarden, Hulshout, Leuven en Scherpenheuvel-Zichem - vaak voor bescheiden bedragen van amper een paar duizend frank - ons werk wilden steunen, overhandigde de Aarschotse Schepen Frans De Baerdemaeker ons een envelop: de stad, waar de zetel van onze organisatie was gevestigd, had de wenk dus begrepen.

 

Schepen Frans De Baerdemaeker
heeft net de "envelop" overhandigd

Zoals we het later nog vaak zouden doen, brachten we ook een item ter sprake dat voor een beperkte periode centraal werd gesteld. Er was toen net een Besluit uitgevaardigd dat voor honden de toegang tot voedingszaken verbood en we veroordeelden scherp dat er niet meteen in hun opvang voorzien werd, concreet dus de start van een sensibiliseringscampagne die in die tijd heel wat aandacht genoot. We blikten ook met voldoening terug op onze acties ten voordele van de kuikentjes, die je toen nog even voor Pasen in heel wat etalages zag lijden en doodgaan en die sommige scholen als het gedroomde cadeautje beschouwden, waarmee de paasvakantie ingezet werd. Op de koop toe werden de arme diertjes steeds vaker in allerlei kleuren geschilderd. Onze inspecteurs hebben toen zo efficiënt-ontradend gehandeld, dat na zeer korte tijd een weinig stichtend gebruik alleen maar geschiedenis was.

 

Voor hun dagelijkse inzet in het dierenasiel werden
Helene Desterbecq en Clementine Buvé in de bloemen gezet

We formuleerden in Tienen ook nog de eis dat een door de staat gecontroleerd register zou worden geopend met een blijvend codenummer voor elke hond en noemden het een probaat middel om diefstal, verlies en dog-dropping tegen te gaan. Een pleidooi dus voor het tatoeëren van honden, maar we zouden nog twee decennia lang moeten wachten tot de "chip" werd geboren, vooraleer deze wens ook werkelijkheid werd.
De jaarlijkse eervolle vermeldingen gingen naar jongeren die zich in een concrete situatie opvallend diervriendelijk hadden gedragen. Al te veel namen om hier te vermelden. Maar onze grote aandacht voor de jeugd beklemtoonden we door de MDAL-ereprijs 1977 toe te kennen aan een groep jongens uit Tienen die dag na dag present waren om de families Corhaut-Desterbecq en Begine-Buvé in ons dierenasiel hulp te verlenen. Eén na één haakten ze later af, die jonge kerels, Eduard Corthaut is inmiddels overleden, maar Helene Desterbecq, Jean Begine en Clementine Buvé zijn na al die jaren nog altijd op post... Volharden is blijkbaar een gave die onze generatie gegund was, maar die jaar na jaar wat zeldzamer werd.

 

De MDAL-ereprijs 1977 ging naar een Tiense jeugdgroep
die bestond uit Jan Laermans, Patrick Pelegrin, Dominique en Patrick Poffé, Erwin Roels en Gerolf Wouters

Ook de Nationale Raad voor Dierenbescherming, het levenswerk van Graaf van Zwaren, was, zoals reeds gezegd, in die tijd in volle expansie. Het was de periode van de grote nationale manifestaties voor dierenbescherming en nu was Luik aan de beurt. Honderden dierenvrienden uit alle streken van het land waren er present om hun ongenoegen te uiten over het feit dat op jonge, weerloze dieren wrede proefnemingen uitgevoerd werden. In zijn toespraak loofde de secretaris-generaal van de NRDB de grote geestdrift die er onder de manifestanten heerste en sprak hij de hoop uit dat Walen en Vlamingen eendrachtig de strijd tegen dierenmishandeling voort zouden zetten. Graaf van Zwaren verstond als geen ander de kunst om enthousiasme te wekken: honderden wandelaars sloten zich spontaan aan bij onze optocht, terwijl we luidruchtig door de toeschouwers toegejuicht werden. Wat men ook mag beweren, als we thans kunnen steunen op betere wetten, als het welzijn der dieren er steeds maar op vooruit is gegaan, dan danken we dat op de eerste plaats aan de NRDB, die zelden of nooit de media haalde, maar die in stilte ontzettend veel nuttig werk heeft verricht.

 

Tegen de wrede proeven op weerloze dieren

De pers kan maken of kraken

De conferentie in Tienen had gezorgd voor een hechte band met de pers. Het is natuurlijk altijd gevaarlijk namen te noemen, maar we zullen de positieve inbreng van Raymond Billen - nog steeds regionaal hoofdredacteur bij Het Nieuwsblad - en van zijn collega André Mertens (Het Laatste Nieuws) niet snel vergeten. En dan was er nog Theo Borgermans, de man die ons ook op de radio bracht.

We verwijten radio, pers en tv af en toe dat er thans al te eenzijdig bericht wordt en dat enkel spectaculaire acties aandacht genieten, maar de waarheid verplicht er ons toe te erkennen dat we jaren geleden zelf ook probleemloos de media haalden. We durven zelfs niet te ontkennen dat de grote bloei die we op zo korte tijd mochten beleven er het logisch gevolg van geweest is. En jawel, we zijn er nog altijd erkentelijk voor. Zoals het ook steeds zal beklijven hoe de Groep Tuerlinckx, die De Belleman verspreidt over ons actieterrein, ons van meet af aan heeft gesteund, onschatbare steun die ons – het weze beklemtoond - nog altijd even gul wordt verleend.
Toch zou diezelfde pers toen reeds voor angstzweet en rillingen zorgen. Onder de kop "Als de rijkswacht een hond vangt..." verscheen op de frontpagina van enkele kranten het verhaal van een Leuvense nachtpatrouille die in Herent een gewonde hond had gevat. Een lokaal dierenarts had geweigerd tussenbeide te komen, omdat niemand hem zekerheid bood dat de eigenaar zijn prestatie ooit zou vergoeden, het dierenasiel aan de Bankstraat had geantwoord dat men het dier niet aanvaardde en in ons voorlopig asieltje, toen in Wilsele nog, bleef de hoorn op de haak. Uiteindelijk had een van de rijkswachters de hond mee naar huis genomen en zelf de medische kosten betaald... Terecht warm applaus voor die man, maar een storm van kritiek op de dierenasielen! Je merkt het, toen reeds werd de lat bijzonder hoog gelegd en vond men het blijkbaar niet meer dan normaal dat vrijwilligers - en dat zijn we toch allen - ook ‘s nachts op eenvoudig verzoek hun bedje uit vliegen. En dat in een tijd, toen ons werk door de gemeenten in het beste geval met een symbolische aalmoes bedacht werd. Hoe dan ook, ik heb Graaf van Zwaren, die enkel perfectie als norm wou hanteren, zelden zo horen "razen", want hij kon het gewoon niet aanvaarden dat Willy Deltour, die nota bene om zes uur ’s ochtends zijn dagtaak begon, om half drie ‘s nachts geen telefoon had gehoord... 
De burgemeester van Leuven was in Diest onze eregast

Toen we in het voorjaar van 1979 onze volgende persconferentie organiseerden in de zaal Ons Tehuis in Diest, waar hoofdinspecteur Staf Boeynaems met zijn ploeg al enorm veel werk had verricht, klonk onze nieuwe benaming "Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming" al heel vertrouwd in de oren, ook al bewaarden we in ons logo nog steeds de vermelding MDAL om de band met het verleden niet te bruusk te verbreken. Het Diestse stadsbestuur mocht dan wel schitteren door zijn afwezigheid, het viel des te sterker in ‘t oog dat Alfred Vansina, geflankeerd door de Leuvense stadsdierenarts Francis Van Roosbroeck, zich in ons midden bevond: de burgemeester van het jonge Groot-Leuven, present op onze conferentie in Diest, waar zijn lokale collega Van de Kerckhof gewoonweg zijn kat had gestuurd. Een merkwaardig feit dat de pers niet ontging...

 

Burgemeester Alfred Vansina (midden) en Stadsdierenarts Francis Van Roosbroeck (links) zaten in Diest aan de eretafel

Er hing wel een schaduw over het hele gebeuren, want onder de impuls van Veeweyde was net een tweede nationale groepering gesticht, de NAVED, waardoor de impact van de Nationale Raad voor Dierenbescherming hoe dan ook was verzwakt. Later zou blijken dat de schade, door dit zoöfiel schisma veroorzaakt, al bij al nog beperkt is gebleven, maar we betreuren natuurlijk nog steeds dat - waar Vlamingen en Walen zich in beide koepels steeds opperbest vonden - de nationale eenheid niet echt bewaard is gebleven.
Er was natuurlijk ook positief nieuws, internationaal dan nog wel, want de Rechten van het Dier waren voor het eerst plechtig geproclameerd in Parijs. En dat een dier ook rechten bezat, werd in die tijd lang niet door iedereen vanzelfsprekend geacht... Het was ook op de conferentie in Diest dat we ons Vlaams Identificatieregister voor honden "lanceerden": onze asieldieren werden van een tatoeage voorzien met de code "VI" en een nummer. Toen er later een Nationaal Identificatieregister voor honden en katten bestond, hebben we - om versnippering tegen te gaan - ons eigen register gesloten
In ons Aarschots dierenasiel was de tijd van komen en gaan bijna voorbij: na Willy Deltour waren achtereenvolgens de families Dumoulin, Berchmans en Claessens ten tonele verschenen, maar met de nakende komst van Jacques Loozen en Ann Lefèvre stond een periode van stabiliteit voor de deur die we nooit nog zouden beleven.

 

Jacques Loozen (midden, met das)
zou jarenlang verantwoordelijk blijven voor ons hoofdasiel
Links van hem herken je Alfons Corsus, nog zo’n man met enorme verdiensten 

We deelden ook mee dat er weldra, in samenwerking met de stad Aarschot, een dierenbegraafplaats zou worden geopend; op de evolutie van dit dossier komen we later nog uitgebreid terug. En natuurlijk kwam ook de houding van de gemeenten ter sprake: er waren al elf Besturen die ons werk financieel steunden, maar aangezien hun inbreng gemiddeld amper 15 centiem per inwoner haalde, was er op dat terrein nog heel wat werk voor de boeg.

 

Reeds op die eerste persconferenties mochten we zeer veel gasten begroeten.
Die grote belangstelling dankten we natuurlijk op de eerste plaats aan het enthousiasme waarmee onze allereerste afgevaardigden hun opdracht vervulden.

Het lijstje hieronder, dat we uit onze Hagelandse Dierenvriend knipten,
uit het eerste en enige nummer dat die naam heeft gedragen,
vermeldt de 25 pioniers die de eerste seconde al op de afspraak waren.

Alfons Corsus, Begijnendijk
Johny Lemmens, Rillaar
Alfons Lemmens, Aarschot
Jozef Lemmens, Korbeek-Dijle
Adolf Van Espen, Werchter
Henri Hendrickx, Scherpenheuvel
Frans Bruyninckx, Kortenaken
Fons Maes, Tienen
Paul Debroye, Tienen
Gustaaf Boeynaems, Schaffen
Henri Soetemans, Ramsel
Guido Mijlemans, Heist o/d Berg
Jules Geuth, Zoutleeuw
Corinne Huybrechts, Testelt
Marcel Huybrechts, Testelt
François Breyssem,Heverlee
Pierre Vandenbosch, Kessel-Lo
Luc Van Goethem, Bertem
Paul Wagemans, Kessel-Lo
Pierre Luyckx, Neerijse
Valère Brans, Budingen
Lode Beylemans, Boutersem
Marc Jennis, Aarschot
Jozef Raymaekers, Tienen
Willy Deltour, Wilsele

Merkwaardig is wel dat we toen reeds, onze strenge selectie ten spijt, op de inzet van 76 inspecteurs konden steunen, verdeeld over 29 fusiegemeenten. Inspecteurs die hun pasje echt waard zijn geweest. Wie de huidige toestand nuchter ontleedt, kan alleen constateren dat er twee decennia lang maar weinig vooruitgang geboekt werd. Ach ja, als je doelbewust ronselt, dan vind je natuurlijk nog wel kandidaten, maar mensen die mee willen bouwen, die binnen hun dorp of hun stad van "nul" willen starten en er plezier aan beleven dat er door hun persoonlijke inzet iets groeit, die lieden zijn zeldzaam geworden.

 

Van links naar rechts:
Lemmens, Corsus, Van de Ven, Liberloo, Temmerman, Boxy, Corten, Jacobs en Boeynaems

Het is niet toevallig dat we in Diest een meer dan verdiende eervolle vermelding schonken aan mensen als Staf Boeynaems, Lea Temmerman, Anette Corten, Robert Van de Ven en Georges Liberloo, onze afgevaardigden uit Diest die naast hun grenzeloze inzet op lokaal niveau ook niet te beroerd waren om in ons Aarschots asiel hulp te verlenen, alsmede aan Jozef Lemmens, Frans Bruyninckx, Alfons Corsus, Lode Beylemans, Jules Geuth en Jeanne Boxy, allemaal "monumenten" die ooit van onschatbare waarde geweest zijn. En zoals het in Tienen gebeurd was, ging de ereprijs naar drie jongeren, afkomstig uit Leuven, Tienen en Diest, maar een zeer speciale vermelding kreeg ook Achiel Jacobs, de Aarschotse schrijver-poëet, die ik toen leerde kennen en zonder wiens steun onze jaarlijkse foto- en diawedstrijd wellicht alleen maar een droom was gebleven.