Historiek van de VVDB - e -

A

B

C

D

E

F

G

H

I

 

Zwerfkatten

Aanvankelijk werden er in onze dierenasielen enkel maar honden aanvaard, wat niet echt behaagde aan lieden die bij ons een oplossing zochten voor een aanslepend kattenprobleem. Onder hen waren er uiteraard mensen die een goede daad wilden stellen, maar meestal moesten de dieren verdwijnen, omdat ze enkel een bron van ergernis waren. Als dierenbeschermer sta je voor een dilemma, want je weet dat een zwerfkat wel overleeft in de vrije natuur en dat ze via het dierenasiel niet altijd een baasje zal vinden. Je vraagt je dus af of het wel zinvol kan zijn verwilderde dieren uit hun milieu weg te nemen om ze daarna pijnloos te doden. Castreren en steriliseren leek ons derhalve de gedroomde uitweg te bieden en we schreven hoopvol de gemeenten en de dierenartsen aan, ervan overtuigd dat ze samen met ons die weg zouden kiezen.

We hebben van geen van beide partijen over deze materie een antwoord ontvangen. Geleidelijk is men gaan inzien dat men de ogen niet kon blijven sluiten en er zijn centra ontstaan, waar het lot van de zwerfkat centraal werd gesteld. En heel recent is een eerste gemeente binnen ons actieterrein tot positief handelen overgegaan: in Tremelo heeft het gemeentebestuur met lokale dierenartsen een overeenkomst bereikt die toelaat het probleem van de zwerfkatten op een aanvaardbare manier te benaderen, net zoals we het twintig jaar geleden voorgesteld hadden.

We hopen dat men nu ook elders zal willen begrijpen en we zullen nogmaals een inspanning doen om in alle betrokken gemeenten aandacht te vragen voor een dossier dat al te lang is verwaarloosd geworden.

Nog eens naar Leuven, maar met vijf jaar ervaring op zak...

Op 28 april 1981 voelden we ons sterk genoeg om de wrange nasmaak weg te spoelen van onze allereerste persconferentie. We trokken dus opnieuw naar Leuven, waar we in de Salons Georges, geïntroduceerd door onze hoofdinspectrice Jeanne Boxy, meer dan driehonderd aanwezigen mochten begroeten. Onder hen heel wat prominenten en met wat geluk was zelfs toenmalig premier Mark Eyskens die avond in ons midden geweest...

Een beperkt beeld van de overvolle zaal

Onder de talrijke prominenten bevonden zich o.a. senator Fernand Piot, de Leuvense burgemeester Alfred Vansina, de Leuvense stadsdierenarts dr Francis Van Roosbroeck, rijkswachtkapitein Dejaegher, de Aarschotse schepen Frans De Baerdemaeker, inspecteur-dierenarts Veroeveren die minister Lavens vertegenwoordigde, Hermine Berbiers, directrice van de Rijksmiddenschool te Aarschot, Constant Holemans, directeur van het RITO en later van het KA te Aarschot, Felix Tallon, directeur van de Rijksbasisschool te Leuven, Vic Valgaeren, regionaal voorzitter van het Rode Kruis en mevrouw Verlinden die Huize Eigen Haard vertegenwoordigde...

Ooit was het niet meer dan een pretentieloos initiatief met als enig objectief een bescheiden zoöfiele inbreng op lokaal niveau, maar nu had de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming wellicht het toppunt bereikt van haar bloei. Van 25 inspectieleden, verdeeld over 15 fusie-entiteiten, waren we uitgegroeid tot een leger van 140 afgevaardigden in 55 fusiegemeenten.

Senator Piot over de Parlementaire Commissie voor Dierenbescherming -
Je herkent ook Donald Stevens, Frans Van Calster, Mariëtte Lemmens,Jozef Lemmens en Jeanne Boxy

Ondanks de strenge selectienormen die we bleven hanteren, want aan de kwaliteit van de groep werd nog altijd de grootste aandacht besteed. Senator Fernand Piot, een van onze hoge gasten, beklemtoonde dat men sinds de oprichting van de Nationale Raad voor Dierenbescherming in het Parlement echt wel was wakker geschrokken.

Perscorrespondenten

Hij zei dat een steeds grotere belangstelling getoond werd voor het dierenwelzijn en hij legde uit hoe dat nu geconcretiseerd werd in de activiteiten van de parlementaire commissie voor de dierenbescherming. En zelf gaven we toelichting bij onze nieuwe projecten: onze strijd tegen de ezelskoersen - een verontrustende rage - en tegen het misbruik van proefdieren in het secundair onderwijs.

"Biologieleraren zijn beulen"

Onder die titel bracht de pers een synthese van onze aanklacht dat er in sommige Vlaamse scholen proefdieren werden misbruikt in de lessen biologie. Een beperkte enquête had ons geleerd dat leraren nog wel eens durfden experimenteren ondanks het verbod van de bevoegde inspectie. Zo bleek dat de dieren vaak tijdens de les werden gedood en dat men de leerlingen ertoe verplichtte hieraan mee te werken. We trokken dan ook scherp van leer tegen het opensnijden van konijnen, beschermde (!) kikkers en muizen ten behoeve van het onderwijs. We hadden zelfs getuigenissen ontvangen van kinderen die onwel werden bij al dat wrede vertoon. Anderen beklaagden er zich over dat ze organen moesten aanraken of doorkerven en dat er proeven werden verricht, waarbij het hart van het proefdier nog klopte. Kortom, het was duidelijk dat sommige leerkrachten de grenzen ongeoorloofd verlegden. We dreigden ermee de namen van de scholen, waar nog vivisectie-experimenten gebeurden, zonder meer omslag openbaar te maken en de betrokken leerkrachten voor de rechtbank te dagen. Onze aanklacht was een schot in de roos, want amper een dag nadat ons relaas in de pers was verschenen, had de inspectie biologie de boodschapper reeds geïdentificeerd en ontving ik via de school, waar ik leraar Nederlands was, een invitatie om in Brussel voor de leerplancommissie biologie te verschijnen.

Burgemeester Alfred Vansina feliciteert één van de vele laureaten van de traditionele foto- en diawedstrijd

 

En binnen de kortste tijd werd een circulaire verspreid die de plichten van de leraar biologie in herinnering bracht: vivisectie bleef uiteraard streng verboden en voor dissectie mocht men uitsluitend buiten de school gedode consumptiedieren gebruiken die tevoren nooit op school hadden vertoefd en waaraan de kinderen zich niet emotioneel hadden gehecht. Zo hoorde het ook, want de dwingende bepalingen van de wet op de dierenbescherming moeten op de eerste plaats door de opvoeders worden gerespecteerd, terwijl geen zinnig mens kan aanvaarden dat jongeren, en dan nog onder dwang, bij strafbare excessen worden betrokken. Dat onze aandacht voor het probleem terecht was geweest, werd overigens later nogmaals bewezen, toen een pedagogisch adviseur biologie in Wallonië een circulaire verspreidde waarin werd gesteld dat het tot de opdracht van een biologieleerkracht behoorde zijn leerlingen te "harden", met andere woorden dat bloederige dissectie een vormende waarde bezat. We hebben het dossier toen overgemaakt aan de "Guimardstraat" en aan Elio Di Rupo, die toen over de taalgrens Minister van Onderwijs was en we mochten tot onze voldoening ervaren dat er meteen begrip werd getoond voor het feit dat we bij die pedagogische nonsens wenkbrauwen fronsten.

Waterschildpadjes
zijn geen wegwerpspeelgoed


Uiteraard brachten we ook verslag uit over onze campagne tegen de verkoop van roodwangschildpadjes. Onze woordvoerder Louis Panckoucke had terzake een rijke ervaring en hij stelde ronduit dat dierenvrienden zulke waterschildpadjes eigenlijk nooit zouden mogen kopen: "Uit ons onderzoek is gebleken dat de doorsnee verkoper er gewoon geen flauw benul van heeft hoe men deze diertjes moet verzorgen en dat hij zijn onwetendheid overdraagt op de kopers, naar wat origineel speelgoed voor de kinderen op zoek.

Louis Panckoucke aan het woord
Naast hem Anna Beylemans en Victor Geens

Daarom hebben we een ontradingsactie opgestart, waardoor we een groot aantal handelaars konden overtuigen. Ze zagen nu eindelijk in dat waterschildpadjes, hoe taai ze ook zijn, vaak na enige maanden sterven door voedseltekort en dat een plastic bakje met een namaakpalmboompje als exotische noot qua huisvesting totaal ongeschikt is.

En ze begrepen dat er maar weinig kopers genoeg geld willen spenderen om de diertjes een groot aquarium met lichtbak, waterfilter, verwarmingselement, thermostaat, rotsstenen en boomschors te gunnen. En zelfs dan is er nog geen garantie dat de schildpadjes overleven. Daarbij komt dat ze bij goede verzorging een grootte van dertg centimeter bereiken, wat dan weer nieuwe problemen veroorzaakt. In werkelijkheid is de toestand dus erg dramatisch: slechts een enkeling wordt bij ons volwassen en de andere diertjes kwijnen wekenlang weg tot de dood ze uit hun lijden verlost. Dan verdwijnen ze in de vuilnisbak, want voor weinig geld kan men er andere kopen. Ze zijn niet meer dan wegwerpprodukten..."

En ze begrepen dat er maar weinig kopers genoeg geld willen spenderen om de diertjes een groot aquarium met lichtbak, waterfilter, verwarmingselement, thermostaat, rotsstenen en boomschors te gunnen. En zelfs dan is er nog geen garantie dat de schildpadjes overleven. Daarbij komt dat ze bij goede verzorging een grootte van dertg centimeter bereiken, wat dan weer nieuwe problemen veroorzaakt. In werkelijkheid is de toestand dus erg dramatisch: slechts een enkeling wordt bij ons volwassen en de andere diertjes kwijnen wekenlang weg tot de dood ze uit hun lijden verlost. Dan verdwijnen ze in de vuilnisbak, want voor weinig geld kan men er andere kopen. Ze zijn niet meer dan wegwerpprodukten..."

Eervolle
vermeldingen


Nadat de laureaten van de nationale foto- en diawedstrijd waren gehuldigd, ontvingen een aantal dierenvrienden een eervolle vermelding wegens hun opvallende inzet voor de dieren.

Onder hen, de presentators van het kinderprogramma op zondagmorgen, het duo Guido Cassiman en Gaby De Moor. In dat programma "Radiool" was een paar maanden tevoren ook de dierenbescherming ter sprake gekomen; het was een boeiend radiowerk, dat een leerrijk beeld had geschetst van het leven in en rond een dierenasiel.

Ook mevrouw Hermine Berbiers, directrice van de Rijksmiddenschool te Aarschot (linker foto, tweede van links) die overigens nu nog vanuit Oostende ons werk heel sterk is genegen, werd gelauwerd omdat ze samen met haar personeel en haar leerlingen geen kans liet voorbijgaan om ons te steunen.