Historiek van de VVDB - i -

A

B

C

D

E

F

G

H

I

 

De jaren negentig


oktober 2000

 

Het zal niet verbazen dat we in deze retrospectieve vooral aandacht hebben besteed aan de pioniersjaren waarin de basis gelegd werd voor de verdere uitbouw van de Vlaamse Vereniging voor Dierenbescherming. Zonder de inzet die toen werd betoond was er van de organisatie die we thans kennen gewoonweg geen sprake geweest. Door vooral te focussen op dat "verre" verleden hebben we alle nieuwkomers er misschien kunnen van overtuigen dat groeien en bloeien je niet zomaar in de schoot wordt geworpen. Dat er ontzettend hard dient gewerkt om een doel te bereiken. Het voorbije decennium hebben we maar in een paar gemeenten vooruitgang geboekt. Dat is geen schande, maar het stemt niet echt vrolijk. En we moeten durven bekennen dat we er op andere plaatsen merkbaar op achteruit zijn gegaan. Dat houdt dan verband met het verdwijnen van sterke figuren die van aanpakken wisten. Hun opvolgers konden nog een tijd profiteren van wat opgebouwd was, maar als de inzet ontbreekt, als er niet met hart en ziel wordt gewerkt, dan stort het huis in elkaar. Enkel een puinhoop herinnert aan wat er ooit is geweest. Ach ja, het is nog altijd een haalbare opdracht waar nodig de leemten te vullen, maar mannen en vrouwen die initiatief durven nemen en erin slagen in hun eigen gemeente de fundamenten te leggen waarop men probleemloos verder kan bouwen, die mensen zijn jammer genoeg erg zeldzaam geworden. Hoe dan ook, al nam onze slagkracht in bepaalde gemeenten wat af, ook in de jaren negentig hebben we nuttige arbeid verricht. Al ligt het allemaal nog niet zo ver van ons af, toch willen we deze serie besluiten met een terugblik op een paar items die onze grootste aandacht genoten.

Nog even een mini-persconferentie

Om onze vijftiende verjaardag wat glans bij te zetten organiseerden we ter gelegenheid van Werelddierendag 1990 in Scherpenheuvel een dierenzegening, gevolgd door een korte persconferentie. Het leek of we een mooie traditie uit onze pioniersjaren in ere wilden herstellen, maar het is jammer genoeg bij deze ene poging gebleven. Het begon met een eucharistieviering en aan het einde ervan voerde pastoor Van Rompaey een wijding uit van de zowat driehonderd aanwezigen en van de dieren die met hen opgedaagd waren.

De pastoor van Scherpenheuvel stelde dat dieren in het verleden dikwijls spiegels geweest zijn voor mensen en hij dacht hierbij aan Sint-Franciscus van Assisië en het wonder met de wolf. Zoals in de goede oude tijd brachten we op de mini-persconferentie een beknopte historiek van 15 jaar VVDB, terwijl we een overzicht gaven van de items die de volgende jaren onze aandacht zouden genieten en die we in de volgende alinea’s nog even in herinnering brengen.

 

Meer dan twintigduizend barbaren in feest, hunkerend naar lijden en dood

In de zomer van 1990 protesteerden we voor het eerst tegen de onverantwoorde hindernissenwedren die jaarlijks ingelast werd op Waregem Koerse en die met vrij grote zekerheid steeds weer slachtoffers eiste onder de deelnemende paarden. Het dierenwelzijn leek de inrichters totaal onverschillig te laten: een scherm rond het gevallen paard verhinderde dat het feest van een groep barbaren werd gestoord door de dood van een dier. We noemden het wraakroepend dat tienduizenden mensen werden vergast op wreedheid jegens de dieren, wreedheid die dan nog eens extra door pers en televisie in de verf werd gezet. Aanvankelijk bleven de inrichters doof voor ons protest, maar we hielden vol tot het dossier vooral door de inbreng van Gaia eindelijk een bevredigende oplossing kreeg.

De rituele slachtingen

Het jaar 1991 stond in het teken van onze strijd tegen het ritueel, zeg maar onverdoofd slachten van dieren. We stelden dat geen enkele godsdienst een alibi mag zijn om dieren te pijnigen en we noemden het onduldbaar dat op het vlak van het doden van dieren niet iedereen gelijk was voor de wet. Met andere woorden: we eisten dat elk dier voor het slachten zou worden verdoofd. Het item lag uitermate gevoelig en we beklemtoonden dat we geen campagne wilden voeren tegen bepaalde nationaliteiten en dat we niet zouden dulden dat politieke partijen onze visie zouden misbruiken om gastarbeiders in opspraak te brengen. Uit onze contacten met de Marokkaanse gemeenschap bleek overigens dat er in die kringen veel meer begrip bestond voor onze visie dan bij de Joden die – hoe verwonderlijk ook – maar zelden worden vernoemd als de problematiek aangekaart wordt. Het was ons bekend dat de strijd moeilijk zou zijn en dat het nog jaren zou duren vooraleer we ons doel zouden bereiken. Maar door het dossier steeds weer ter sprake te brengen, is er hoe dan ook al vooruitgang geboekt. Uit onze grote enquête binnen de politieke families is alvast gebleken dat er een grote luisterbereidheid bestaat en dat begrip wordt getoond voor onze stelling dat de vrijheid van godsdienst niet mag resulteren in dierenleed dat voorkomen kan worden. We zijn er dan ook vast van overtuigd dat de derogatie die we al jarenlang hebben bestreden ooit voorgoed uit de wet zal verdwijnen.

 

Nieuw identificeringssysteem

We waren bij de eersten om aandacht te vragen voor een in het begin van de jaren negentig spiksplinternieuw identificeringssysteem, waarbij gebruik werd gemaakt van een piepkleine chip. Deze "elektronische identiteitskaart" werd met een pijnloos prikje ingeplant in het nekvel van het dier en bleef altijd afleesbaar. Doordat ze gechipt waren, zouden dieren steeds kunnen geïdentificeerd worden. Via een scanner die boven de nek werd gehouden verscheen immers een codenummer op het schermpje en aan de hand van die code kon de computer ons vertellen wie de eigenaar was van het dier. Ondertussen is de chip gemeengoed geworden en de wet op de identificatie en registratie van honden bestaat. Zoals we in het vorig nummer van Protego al aantoonden, kan men deze wet uiteraard nog verfijnen, want het is nog lang niet evident dat iemand die zich op een ongeoorloofde manier ontdoet van zijn dier hiervoor ook de rekening voorgelegd krijgt. We blijven herhalen dat het voor de organisaties voor dierenbescherming heel nuttig zou zijn, als de gemeenten zoals voorheen de nieuwe verblijfplaats van hun inwoners na verhuis zouden mogen vermelden. Heel recent nog hebben we het probleem besproken met dr Eric Van Tilburgh en dank zij de stappen die door het Ministerie van Landbouw gezet zijn durven we opnieuw hopen dat het probleem een oplossing krijgt. Als het Ministerie van Binnenlandse Zaken aan alle lokale Besturen zou duidelijk maken dat de wet op de privacy niet echt verbiedt de informatie voor het geschetste doel te verstrekken, dat elke gemeente derhalve het recht heeft soeverein een beslissing te nemen, dan lijkt ons een grote stap in de goede richting gezet. We zullen alvast in de zeer nabije toekomst aandringen op zo’n initiatief.

Het gouden Hart 


Het Gouden Hart, onze schoolbrochure voor het lager secundair onderwijs, kwam ook op de persconferentie in Scherpenheuvel ter sprake, dateert dus uit die periode en is momenteel nog steeds in gebruik. De brochure bevat een overvloed aan informatie in verband met de dierenbescherming. Ze was een vervolg op de brochure voor het lager onderwijs die reeds een paar jaren eerder in gebruik was genomen. We planden ook de uitgave van een uitvoerige werkmap voor de leerlingen van het hoger middelbaar, maar dat project werd steeds weer verdaagd. Thans hebben we Het Gouden Hart als afzonderlijk item gepubliceerd op onze website, zodat elke school de teksten probleemloos kan vinden. En we mogen ervaren dat er van dit nieuwe communicatiemiddel echt wel gebruik wordt gemaakt, want de vraag naar gedrukte exemplaren van onze brochure is in het recente verleden heel wat kleiner geworden.

Paardenkoersen in Krombeke

In het voorjaar van 1993 vroegen we dat het beschamend spektakel van de paardenkoersen in de straten van het West-Vlaamse gehucht Krombeke verboden zou worden. Deze koersen bestonden al sinds 1912 en waren dus aan de 81ste editie toe. Krombeke deed ons denken aan Zaffelare: ook daar beleefde men jarenlang met de rattenschieting een jaarlijks feest van collectief aanvaarde wreedheid, van publiek geënsceneerd sadisme, een weerzinwekkende expressie van op weerloze dieren gerichte perversiteit. We hadden dus hoop, want ook in Zaffelare was er jaar na jaar in stompzinnigheid gevierd en gefeest, maar uiteindelijk hadden de zoöfiele krachten de overwinning behaald. Minister van Landbouw André Bourgeois belastte een inspecteur-dierenarts met een controle. Uit diens verslag bleek dat er inspanningen waren gedaan voor de veiligheid van mens en paard en de minister zag dan ook vooralsnog geen reden om de straatkoersen te verbieden. Nu, jaren later, kunnen we tevreden zijn over de evolutie van het dossier; dat het doel in sneltreinvaart werd bereikt, is vooral aan Gaia te danken dat – nadat de beruchte paardenrace in Sint-Eloois-Winkel tot een beschamende voetnoot in de historiek van de lokale folklore herleid was – de grote middelen ingezet heeft om aan het gesol met de paarden een einde te maken.

Weekenddienst in het hoofdasiel

Uit de beginperiode van het voorbije decennium dateert ook de invoering van de weekenddienst in ons hoofdasiel te Aarschot. Door dat systeem wilden we de asielverantwoordelijken wat meer vrije tijd gunnen en het asiel toch voor de bezoekers elke dag toegankelijk houden. Verlies ook niet uit het oog dat in die tijd de zondagse dierenmarkten nog danig floreerden, zodat het een plicht leek ook op zondag aan dierenvrienden een alternatieve manier aan te bieden om een hondje in huis op te nemen. Steeds meer inspectie-afgevaardigden raakten zo almaar nauwer bij de asielwerkzaamheden betrokken. De weekenddienst als dusdanig bestaat niet meer, maar uit het project is de gewoonte gegroeid dat heel wat vrijwillige medewerkers ook door de week een helpende hand komen reiken. En dat is maar goed ook, want in de jaren negentig is het werk er steeds zwaarder geworden. Helemaal niet meer vergelijkbaar met de relatief kalme periode toen Jacques Loozen en Ann Lefèvre bijna op hun eentje het asiel konden runnen.

 

Walter Beyens,één van de pioniers van de weekenddienst,
was jarenlang verantwoordelijk voor het asiel

Sinds ze opgevolgd werden door Jozef Wils en Mathilde Schaerlaeken werd het aantal gehuisveste honden gevoelig verhoogd en werd er ook veel meer aandacht besteed aan de kat als asielgast. Daarbij kwam dat meer en meer gemeenten een beroep deden op ons dienstbetoon, zodat er quasi constant iemand aanwezig moest zijn die de verplaatsingen met de dienstwagen voor zijn rekening nam. Maar samen met de steeds grotere werkdruk zijn ook andere problemen steeds zwaarder gaan wegen.

Over het dagelijks leven binnen het Aarschots dierenasiel, meer bepaald dan over wat er ons gedurende het jongste decennium bij is gebleven, zouden we probleemloos een boek kunnen schrijven. Het heeft ons ontzettend veel over mensen geleerd, mensen in hun relatie tot dieren maar vooral ook tot andere mensen. En af en toe bekruipt ons de lust om er via Protego bij gelegenheid eens wat dieper op in te gaan. Hoe dan ook, ons Aarschots asiel heeft erg moeilijke tijden gekend. Maria Testelmans, de opvolgster van de familie Wils-Schaerlaeken, is ons onverwacht vroeg ontvallen. Aanvankelijk bleef de schade beperkt, want naast haar zoon Walter Beyens en zijn zus Annemie bleven er tientallen mensen betrokken bij het doen en laten binnen het dierenasiel. Na hun vertrek heeft het noodlot ons echt niet gespaard. We noemen natuurlijk geen namen, maar drie pogingen om geschikte kandidaten te vinden zijn telkens een onvoorstelbaar fiasco geworden. Dat het asiel die zwarte periode zonder onherstelbare schade kon overleven danken we aan de vele mannen en vrouwen die ook toen nog dag na dag een helpende hand kwamen reiken. Thans oogt de toekomst gelukkig rooskleurig. De nieuwe asielbewoners, Georges Welckenhuysen en Anita Severi lijken hun deel van de job naar behoren te zullen vervullen en met Martine Lauwen werd eindelijk een asielmanager gevonden die het administratieve werk voor haar rekening neemt. Als er daarenboven voldoende vrijwillige medewerkers blijven volharden, dan staat het asiel nog een mooie toekomst te wachten. En daar is het ons allemaal toch finaal om te doen.

Donald Stevens